Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reld te seheppen; voor dat Hij dus den adem des levens geblazen had in de neusgaten des menschen, en hij geworden was tot eene levende ziele; toen —toen was het, als zag Hij dien mensch, dien Hij formeren zou naar zijn gelijkend beeld en als het voortreffelijkste schepsel, als zijnen stedehouder op aarde zou plaatsen, daar reeds vertreden in den bloede ter nederliggen, en naar mate zijne hoogere voortreffelijkheid boven al het geschapene, dieper gevallen , ja, dieper gezonken dan de worm, die daar kruipt in het stof, en vertreden wordt door den voet.

En — Hij zag in ontferming op dat diep gevallen en door moedwillige zonden van Hem afgekeerde menschengeslacht neder, — Hij had gedachten des vredes en der genade, en het was naar zijn vrijmagtig welbehagen zijn onveranderlijke wil, eenigen er uit te redden, van kinderen des toorns en der ongeregtigheid, welke zij door de zonde geworden waren, in het van hunne zijde voor eeuwig verbeurde kindschap van Hem te doen deelen, en ze alzoo terug te brengen lot verkrijging der hoogste gelukzaligheid.

Hij, zegt de Apostel, Hij heeft ons uitverkoren, en wie kan hij daarmede anders op het oog hebben, dan die hij in vs. 3 genoemd heeft, namelijk God, de Vader van onzen Heer jezus christüs. Hij God, de Vader van onzen Heer jezus christüs, heeft ons uitverkoren, ons, niet alleen hem, als Apostel — niet alleen met het oog op zijne mede-apostelen — of op de Israëliten, nakomelingen van abraham en tot het beminde volk van Jehova behoorende, maar ook met insluiting van de Ephesische Christenen, ja met insluiting van allen, die met hem een even dierbaar geloof in christüs waren deelachtig geworden. Want waarheid moge het zijn, dat onder het 0. V. alleen het zaad abrahams , het door den Jehova beminde en boven andere volken der aarde bevoorregte volk was; maar nu, onder den dag van het N. V., christüs de eenige Hoogepriesler gekomen zijnde, is de middelmuur des afscheidsels weggebroken, heeft noch besnijdenis noch voorhuid eenige kracht of beteekenis, is heer en slaaf, dienstknecht en vrije, Jood en Heiden gelijk voor God; want Hij, de Heer heeft het gesproken, uit alle volken, tongen, talen en natiën zal Ik de mijne nemen, en heeft het reeds bevestigd, de hemel getuigt er van, eene schaar van ver-

3

Sluiten