Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

losten juicht reeds daar: Gij hebt ons gekocht met uw bloed uit alle volken, longen, talen en natiën. —

b. Doch wij zeiden, dat wij ook te letten hadden op den grond, waarop dit werk der genadige verkiezing Gods rust, en wij hebben dan daartoe maar weder even ons oog op den voor ons liggenden tekst te vestigen.

De Apostel wijst er de Epheziërs op, vs. 5°, naar het welbehagen zijns willens; vs. 4^, in Hem; vs. B*», door jezus christüs ; en vs. 61», in den Geliefde. —

Dit leeren wij er dus al terstond uit kennen, wat wij te voren met een Woord gezegd hebben, dat het niel was om eenige meerdere geschiktheid of voortreffelijkheid van den eenen mensch boven den anderen, niet om een te voren voorzien geloof, niet tot nadeel van anderen, die in dit werk zijn voorbijgegaan en geen deel zullen verkrijgen aan de zalige voorregten, welke er voor degenen uit voortvloeijen, op wie de Heer zijn oog in ontferming heeft willen vestigen. Neen, M. H! want van nature zijn wij allen voor God gelijk, — allen diep gezonken in onzen stamvader, ■— den naam van zondaar gemeen dragende, — wij hebben slechts Gods onfeilbaar getuigenis te. openen, en overal wordt het ons gepredikt.— Ziet, wal paülüs er van getuigt in Rora. III : 12—19; ook brengt hij het den Epheziërs onder bel oog, als hij in kap. II: lb hun schrijft: Daar gij dood waart door de misdaden en zonden, en niet alleen de Epheziërs, maar ook zij, die uit Israël waren; want vs. S is het: Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben, in de begeerlijkheid onzes vleesehes, doende den wil des vleesches en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen. En wie, die geen vreemdeling is in zijn eigen hart, wil niet gaarne deze verklaring van den Apostel voor zichzelven afleggen ?

Niemand derhalve, die in zich zeiven eenig regtofaanspraak er op heeft, — die ook uit kieh zeiven naar den Heer zou hebben omgezien, — die zich van nature zou buigen onder den liefelijken scepter zijner heerschappij. Maar ook wordt het bewaarheid, en de hemel zal er getuigenis van afleggen, dat (wij kortzigtige schepselen zoo wij oordeelen moesten over de meerdere of mindere geschiktheid dergenen, die de zaligheid zullen beërven ,) des Heeren gedachten niét onze gedachten, en des

Sluiten