Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ke innige en naauwc geloofsvereeniging zij als gereinigden en geheiligden worden aangemerkt.

Daarin ligt dan allermeest het groote doel, dat de Heere zich voorstelde met degenen, die hij uit het door de zonde diep ellendig geworden menschengeslacht in ontferming heeft willen aanschouwen, dat Hij in hen eene gemeente zou hebben, zonder vlek of rimpel of iels dergelijks, dat zij zouden zijn heilig en onberispelijk.

Ja, ook onberispelijk; wij menschen, die slechts aanzien wat voor oogen is, noemen zoodanig iemand, die voor het uitwendige braaf en deugdzaam leeft, zijne verpligtingen getrouw waarneemt, aan niemand eenige reden van aanstoot of ergernis geeft, of zich aan geene grove T in het oog loopende zonden schuldig maakt. Dat wij hier dit woord niet in dezen zin en beleekenis hebben op te vatten , zal wel niet in het breede behoeven betoogd te worden. Immers wij hebben te doen met een' God, die niet aanziet wat voor oogen is, maar die de kenner is der harten en de proever der nieren, en die doordringt tot op den bodem van het hart, de gebeimste bedoelingen en raadslagen beschouwende. Maar wij worden er hier van zelve toe geleid te denken aan een leven, overeenkomstig der uitverkorenen hooge en heilige roeping, om aller zonden vijand te zijn, de goddeloosheid en wereldsche begeerlijkheden te verzaken, en matig, regtvaardig en godzalig te leven in deze tegenwoordige wereld, en aldus niet maar in schijn voor het oog der wereld, maar in opregtheid voor des Heeren aangezigt te wandelen.

Immers dit moet uit den aard der zaak weder als van zelve voortvloeijen ; of zoudt gij meenen, M. H! dat het den Heere onverschillig was hoe en op welke wijze zij vooral zich jegens Hem gedragen, aan wie Hij den rijkdom zijner genade heeft willen verheerlijken ? Voorzeker neen! Hij wil dat zij dit hun onuitsprekelijk genade-voorregt zullen kennen, erkennen en waardeeren, en dat zij zich, door Hem met dat hooge voorregt beweldadigd,zoo zullen gedragen, dat zij hun licht laten schijnen voor de menschen, opdat deze hunne goede werken zien, en zich daardoor, en in hun verborgen leven voor Hem,van den wereld- en zondendienaar zullen onderscheiden.— Dat zij, als door den Geest zijner genade geheiligden, en door het bloed des kruises gereinigden, voor Hem zullen leven. Niet

Sluiten