Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevrijd van bel* oordeel dèwverdoemcnis, en staren mogen op de heerlijkste en dierbaarste trouwbeloften van Hem, hunnen onveranderlijk getrouwen verbonds-God. Nog eenmaal, wie zijn geschikter voorwerpen dan zij , in wier harten de Heer door zijnen H. Geest van zijne heiligheid heeft ingestort, en lust en liefde geschonken, om onberispelijk en opregt voor zijn heilig aanschijn te wandelen; en zondaren mogen ze echter. niettegenstaande dit alles , zijn en blijven in zich zeiven — maar het was zijn welbehagen door zulken te worden groot gemaakt en verheerlijkt; dsiarom heeft Hij hen met een oog van ontferming in de nimmer begonnen eeuwigheid willen aanschouwen, geformeerd om zijnen lof te verkonden, en eene schare, die niemand tellen kan, uit alle volken, tongen, talenen natiën, brengt reeds in den hemel Hem, die hen heeft liefgehad met eene eeuwige liefde, toe — lof, eer, heerlijkheid , aanbidding en dankzegging.

B. Doch, kennen wij nu naar Gods Woord, het werk, den grond en het doel der eeuwige en vrij magtige verkiezing Gods, het is meer dan tijd, dat wij nog eenige weinige oogenblikken hierbij wijzen op den troost, welke er voor den waren en opregten dienaar van God en christüs uit te putten is. — En ja, heerlijke en dierbare vertroosting voorwaar! onder alle omstandigheden waarin en waaronder zij hier niet zelden op hunnen pelgrimstogt naar het vaderland hunner ruste verkeeren kunnen. Of wat zegt ge, M. Hl zou er iets zijn grooter en heerlijker dan dit, dat zij weten, dat zij reeds van eeuwigheid in ontferming zijn aanschouwd? dat hun door Hem, die gisterenen heden en altijd dezelfde is, in zijn Woord wordt verzekerd: Ik heb u liefgehad met eene eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid? (Jer. XXXI : 5.)

En grooter en dierbaarder moet die vertroosting, en blijdschap daaruit ontstaande, voor hen worden, naarmate zij meer en meer door het oog des geloofs staren mogen op de onbegrijpelijkheid en hooge verhevenheid van dén persoon en het wezen van Hem, die met die verzekeringen van zijne zijde tot hen komt, van dien God, die niet noodig heeft van het werk zijner handen gediend te worden als iets behoevende, voor wien zij minder zijn dan een druppel aan den emmer, dan een stofje aan de weeg-

Sluiten