Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorregt is dergenen, die de zijnen zijn; daarentegen, hoe ongelukkig en rampzalig de toestand is dergenen, die gezegd worden te zijn vaten des toorns, tot het verderf toebereid, (Rom. IX :22b) dan is het immers vooreen iegelijk onzer van het uiterste gewigt, met al den ernst, welke zoo groot eene zaak vordert, er naar te staan, en voor ons zeiven onderzoek te doen, of wij lol diegenen behooren, aan wie de Heere den rijkdom zijner barmhartigheid heeft willen bewijzen , en die Hij gesteld heeft tot vaten zijner eere ? Vraagt ge hierbij voor uzelven met belangstelling: maar hoe zullen, hoe kunnen wij dit weten, daar het eene verborgenheid is, en het ons niet gegeven is, de verborgene dingen des Heeren te doorgronden ? Laat ik u dan zeggen, dat wij dit niet kunnen weten, noch voor ons zeiven de vraag naar waarde beantwoorden, zoo lang wij dit leerstuk Gods op den voorgrond plaatsen willen. Want ofschoon waarheid, dat het de eerste schakel is van den gulden keten van al de handelingen en werken Gods met arme, in zich zeiven door de zonde ellendig geworden schepselen, is het echter de laatste, die wij voor ons zeiven te beschouwen hebben, om er ware, en gegronde vertroostingen uit te kunnen pulten. In dit licht wordt deze eeuwige verkiezing Gods ook naar de leer van onze hervormde kerk beschouwd, vooral is dit duidelijk in onzen dierbaren Heidelbergschen Katbechismus, waar ze ter regter plaatse aangehaald wordt, (Zond. 21 vr. 54) nadat vooraf niet alleen de diep rampzaligen toestand des menschen, maar ook de weg der verlossing in christüs volledig is voorgesteld. De Heer heeft ons naar de grootheid zijner barmhartigheid het voorregt verleend, dat Hij ons geplaatst heeft in den weg van middelen, en dat Hij ons dien laat aankondigen, door en onder welke het Hem behaagt zijn eeuwig voornemen ten uitvoer te leggen. Hij heeft ons zijn dierbaar Woord geschonken, en door hetzelve laat Hij telkens en geduriglijk ons onderrigten, wat wij te kennen, te weten, te gelooven en te betrachten hebben , om waarlijk voor tijd en eeuwigheid gelukkig te kunnen zijn. Daarin heeft Hij op eene duidelijke en eenvoudige wijze, zoodat de minst geoefende het verstaan en bevatten kan, laten voorstellen, welke de vereischlenzijn, die er in een iegelijk onzer zullen moeten gevonden worden; — daarin is hel: die in den Zoon gelooft, heeft het

Sluiten