Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemeen burgerlijk verkeersrecht. Wat deze instituten betreft is dus samensmelting zelfs niet noodig.

Het geheele, schijnbaar zoo diep ingrijpende en omvangrijke vraagstuk wordt derhalve, bij nader onderzoek, wat ons positief recht betreft, teruggebracht tot de vraag, of de in onze wetboeken verspreid voorkomende eigenaardige bepalingen van handelsrecht in de zooeven aangegeven beteekenis al dan niet als zoodanig moeten worden gehandhaafd. Op. de te dezer stede gehouden vergadering van de Nederlandsche Juristenvereeniging bleek men, ik zeide het reeds, eenstemmig van oordeel, dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord. Zelfs door Mr. Levt, toen mijnen geduchten en talentvollen tegenstander, werd dit beaamd. Eenstemmigheid bestond dus daarover — met nadruk dient erop gewezen te worden — dat eene scheiding tusschen burgerlijk en handelsrecht, zooals die in onze vigeerende wetgeving is aangenomen, thans geen reden van bestaan meer heeft. Vandaar dan ook dat zij, die desniettemin voorstanders der scheiding zijn, betoogen, dat, dit toegegeven, er evenwel de jure constituendo redenen te over zijn, om haar in andere opzichten te bestendigen. Huns inziens is juist de rechtseenheid, gelijk wij die thans kennen , op onderscheidene punten in strijd met de behoeften van den handel, en zij achten het daarom gewenscht, bij herziening der wetboeken, op die punten eene — let wel, tegenwoordig niet bekende — scheiding in het leven te roepen.

De meeste der op dien grond voorgestelde bijzondere handelsrechtsbepalingen, zoo niet alle, worden ontleend aan het Algemeene Duitsche Handelswetboek en aanbevolen met eene ver wij zing daarnaar. Zonder nu iets te kort te willen

Sluiten