Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spruit. Het kan niet anders of, als wezens met rede begaafd en met waarnemingsvermógen toegerust, moeten zelfs de meest onbeschaafde menschen, zoodra zij bij elkander geplaatst zijn, alras beseffen, dat eene voortdurende, rustige samenleving alleen dan mogelijk is, zoo zij in hun doen en laten jegens elkander zekere regelen in acht nemen. De ervaring wacht niet met hen in hare bittere lessen te leeren, wat in hunne verhoudingen hen belemmert om naast elkander te bestaan en zich te ontwikkelen, wat aan hunne levensgemeenschap vijandig, en wat daaraan integendeel bevorderlijk is. Dies steunt het recht, evenals de zedelijkheid, in laatste instantie op het menschelijke waarnemingsvermogen van het sociaal goede en kwade in de gedragingen der individuen jegens elkander. Niet alsof aan het ontstaan van eiken rechtsregel een bepaald denkproces vooraf zoude moeten gaan en steeds gegaan zijn, alsof er geen rechtsregel in de wereld zou zijn gekomen, die niet vooraf behoorlijk gewikt en gewogen ware. De drang der omstandigheden, de macht der feiten, de ervaring in één woord zal in het begin der samenleving hare leden veeleer geheel onbewust gedreven hebben, hunne handelingen jegens elkander zóó in te richten, dat daardoor een voortgezet naast elkander leven mogelijk werd, om ze in overeenstemming te brengen met datgene, wat zij, misschien niet dan na hevigen en scherpen strijd, ondervonden, dat in het belang was dier voor hen allen nuttige gemeenschap. Het recht wordt dus bepaald door de heerschende opvatting van wat noodzakelijk is in 't belang der maatschappij, het is de afspiegeling, het resultaat dier opvatting; een gebod dat de samenleving, ter wiHe van haar eigen bestaan, richt tot den enkelen mensch.

Sluiten