Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeeling van het proefschrift niet in de eerste plaats erop gelet wordt, of het wetenschappelijke verdienste heeft, j maar uitsluitend daarop, of het blijken geeft, dat de schrijver eenige rechts- en wetskennis bezit. Een zuivere toestand zal alleen te verkrijgen zijn, hetzij door den doctorstitel als vereischte voor het vervullen van maatschappelijke betrekkingen te behouden, maar dan ook het verplichte proefschrift af te schaffen, hetzij door den doctorstitel tot een zuiver wetenschappelijken graad te verheffen, maar dan ook tot verkrijging daarvan het schrijven van een werkelijk (geen schijn-)proefschrift verplichtend te stellen, terwijl dan de rechten, thans aan den doctorstitel verbonden, aan den doctorandus konden worden toegekend. Ongetwijfeld zoude de laatste regeling meer strooken met het, helaas! door onze Wet op het Hooger Onderwijs zoozeer miskende begrip van vrije studie. Een ieder zou naar gelang van zijne neiging en liefde tot de wetenschap al dan niet den doctorstitel kunnen ambiëeren, en deze daardoor weder het merkteeken worden van wetenschappelijke verdienste.

Wat de klacht betreft, dat met de vermeerdering van het aantal juristen, die promoveeren, de mate van kennis, waarmede zij het maatschappelijk leven binnentreden, eerder verminderd schijnt te zijn — de gegrondheid daarvan kan bezwaarlijk geheel ontkend worden, al heerscht hier ook veel overdrijving. Verbetering zal in dit opzicht moeilijk anders te verkrijgen zijn dan door het stellen van zwaardere eischen bij de examina, en door deze tevens eenigszins anders in te richten. Met name zou er eene meer practische richting aan gegeven kunnen worden, zouden zij een onderzoek kunnen inhouden naar de bekwaamheid van den exami-

Sluiten