Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nandus om de verworven rechtskennis toe te passen, de beste toetssteen tevens voor de theoretische kennis.

Bij de bespreking der methode van onderwijs doet zich in het bij zonder de vraag voor, of — met het oog alweer op het feit, dat het academisch onderricht voorwaarde is voor het bekleeden van zekere ambten en voor de bevoegdheid tot uitoefening van de rechtspraktijk — het aankweeken van wetskennis niet hoofddoel en dus paraphrase en exegese van de wet hoofdschotels moeten zijn, dan wel of desniettemin de vorming van rechtsgeleerden behoort te worden nagestreefd en het onderwijs uitslnitend rekening behoort te houden met de eischen der beoefening van de wetenschap om haar zelfs wil., Het antwoord kan, dunkt mij, moeilijk anders luiden dan: het laatste. Men houde toch in het oog, dat de Universiteit nooit geweest is en ook niet behoort te zijn een school, waar les wordt gegeven, maar veeleer eene inrichting, ten doel hebbende hen, die eene bepaalde wetenschap willen beoefenen, in de gelegenheid te stellen, zich bij hunne studiën door meer bekwamen den weg te doen wijzen, om een leidraad en gids te vinden voor eigen studie; dat de professoren nooit zijn geweest en ook niet behooren te zijn meesters, maar voorgangers, wier taak het is uiteen te zetten en aan te toon en wat wetenschappelijke beoefening is en hoe zij te werk gaat, en daarvan in hunne voordrachten een voorbeeld te geven.

Meent niet, M. H., dat ik daarom, met minachting voor alle practische doeleinden, lust zoude gevoelen mij te „versteigen in die höheren Regionen der Theorie" (gij ziet het, de Nederlandsche taal weigert mij hare dienst, waar het geldt

Sluiten