Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo zijn wij genaderd tot het tweede boek van het Wetboek van Koophandel. De ervaring is hier geen andere. Wie iets wil weten van de rechten en verplichtingen, die uit het vervoer van goederen over zee voor de belanghebbende partijen voortvloeien, wie de aansprakelijkheid van den reeder wil leeren kennen, zich op de hoogte wil stellen van de beteekenis, die de ligdagen in rechte hebben ,>doet beter een cognossement te raadplegen dan zijn wetboek. Het zal hem dan bijv. blijken, dat de praktijk van het beginsel, in het fameuse art. 345 2de lid j°. art. 321 opgenomen, althans voor zooverre de reeder eene groote stoombootonderneming is, nog slechts een flauwe schaduw heeft laten bestaan.

Een geheele titel van het wetboek is gewijd aan de averijen. Toch zal men, toegerust met alle wettelijke kennis hier geboden, nimmer komen tot eene afrekening zooals die gebruikelijk is; evenmin als de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over het vaststellen van averij grosse kunnen doen vermoeden, dat hunne toepassing een witte raaf is en dat er lieden zijn, dispacheurs genaamd, die van het opmaken van dispaches hun beroep maken.

Zelfs het derde boek van het Wetboek van Koophandel maakt geene uitzondering op hetgeen wij thans als regel hebben leeren kennen: het bestaan van een feitelijk recht naast en tegenover het officiëele recht; zonder kennis van den usus fori toch kan geen curator een faillissement naar eisch afwikkelen.

De wet, daaromtrent is geen twijfel meer mogelijk, mag dus niet het eenig kompas zijn, waarop de leeraar zeilt. Nevens haar is hij verplicht zich het omvangrijke materiaal ten nutte

Sluiten