Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nochtans wandelde zij voort op haren dwaalweg, zonder overtuigend gevoel wegens haar eeuwige belangen. Doch twee jaren later werd zij onder een oefening, gehouden des Zondagsavonds, van haar vervreemding van God overtuigd, dat echter door de ijdelheid der jeugd en door bestrijdingen, dat zij niet uitverkoren was, weder onderdrukt werd, zonder zulks aan iemand te openbaren, echter steeds onder een gemoedsaandoening levende, die kaar voor ongewone buitensporigheid deed vreezen; totdat vier maanden voor haar dood deze geheele werkzaamheid door haar geopenbaard werd aan haar zuster, die de Heere aireede zaligmakend overtuigd had in het laatst van het jaar 1754 en welke haar ook onderscheidene malen in eenzame plaatsen biddende gevonden had.

Op den lsten Februari 1755, op Rustdagavond, werd verhandeld de 24ste Zondag van den Heidelbergschen Catechismus, waar zij een klaar gezicht mocht krijgen, dat niemand dan een in zichzelf verloren zondaar van God gerechtvaardigd kon worden, waaronder zij, diep bewogen, vele tranen schreide. Hierop behaagde het den vrijmachtigen God haar dienzelfden nacht te bezoeken door een pijnlijke ongesteldheid, welke door den doctor beschouwd werd als een doodelijk koliek. Haar zuster, van dit doodelijk gevaar hoorende, maakte haar wegens haren ongenoegzamen grond van genade, volgens haar licht, biddende voor den Heere. Ach! dat haar ziel niet mocht verloren gaan! Ook vermenigvuldigden de gebeden der ouders voor hun kind. De vader ontving van den Heere op zijn pleitend bidden deze beloften : Ik heb haar liefgehad met een eeuwige liefde. Ik ben uw God en uws zaads God tot in der eeuwigheid; en haar zuster op haar smeeken voor hare behoudenis: de Heere zal het voorzien.

Dien geheelen Maandag bracht zij door met bijna ondragelijke pijnen; des avonds te elf uur vroeg haar vader of hij des nachts bij haar wilde gaan liggen, terwijl er twee andere buren ook bij haar waren, om haar van de noodige medicijnen te kunnen bedienen. Zij zeide met een verblijd gelaat: als het u belieft, vadertje! Nu maakte de vader haar langzamerhand met haren mogelijken spoedigen dood bekend en vroeg haar of zij wel zou willen sterven en wat zij van haarzelve dacht, om zoo de eeuwigheid in te gaan.— Waarop zij met veel gemoedsaandoening antwoordde: ach, lieve vader! wat was voor mij het sterven, als ik niet verloren ging? Maar, lieve vader! ik ga verloren; ik ga verloren!Hoe weet gij dat, mijn lieve kind? — Omdat ik vrees van niet uitverkoren te

Sluiten