Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn tot zaligheid. — Maar, mijn lief kind! hebt gij bewustheid van uw verloren toestand buiten God in Christus? — Zij zeide: och ja, vader! Dat heb ik al voor twee jaren gezien, maar ik heb den Heere verlaten; ik heb mij in de wereld ingewikkeld; en nu is mijn vrees of de Heere mij wel hebben wil. — Mijn kind! de Heere zoekt juist dezelken, die hun verloren toestand kennen en tot Hem de toevlucht nemen, als tot den éénigen Borg en Zaligmaker, tot hun behoudenis. — Ja, vader! ik weet ook geen anderen weg, maar vrees, dat het niet oprecht bij mij is. — Mijn kind! hebt gij het dan geveinsd gedaan? — Neen, vaderlief! Ik weet niet beter, of ik heb het met een volkomen hart gedaan; en indien het tot nü toe niet recht geweest is, gelijk ik vrees, o! mocht ik het dan nu nog recht doen! Ach! mocht de Heere Jezus mijn Borg worden! Rechtvaardig had de Heere mij van mijn vroegste jeugd kunnen verstooten en nog tot op dit oogenblik. — Mijn lief kind! mocht gij verwaardigd worden u met uw schulden tot den Heere te wenden! Hij is de éénige Ontfermer voor de gewonde ziel. Ach! laat Hem geen rust, totdat gij deel aan zijn,zaligheid hebt.

Daarop werd zij des Dinsdagsmorgens zeer biddende gemaakt, uitziende naar genade en ontferming in Jezus Christus, als haar Borg en Zaligmaker, waarop zij een inzien kreeg* in Gods rechtvaardigheid en heiligheid, maar ook in Gods liefde, die haar kwam opzoeken.

Tegen den middag leed zij ondragelijke pijnen, doch na eenige verzaehting riep zij haar vader en zeide met veel bedaardheid: lieve vader! ik• zal het op een volkomen Heere Jezus en de vrije genade wagen en gerustelijk de eeuwigheid ingaan. Vaderlief! is er wel iemand ooit met Hem bedrogen uitgekomen? — Wel neen, lief kind! Houd hetgeen gij moogt genieten. — Andermaal door zware pijnen aangetast, riep zij den Heere aan om eenigszins verlichting, maar ook . tevens om een onderworpen hart tot lijdzaamheid. Na eenige verlichting van smart geraakte zij in stille overdenking van des Heeren ondoorgrondelijke goedheid, ontferming en trouw; en hieruit mocht voor haar het geloovig vertrouwen .ontstaan: de Heere zal wel verder op mij nederzien.

Wederom door zware pijnen bezocht, riep zij uit: o! mijn zonden, mijn zonden! Zij zijn de oorzaak mijner smarten! Na eenige zuchtingen tot God, waarin zij eenige verademing genoot, opende zij de gordijnen en riep: vaderlief! kom eens hier! — Waarop deze zich verblijd gevoelde over de vroolijkheid van zijn kind en vroeg: wel,

Sluiten