Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. Zij riep haar zuster, die in de kamer kwam, en zeide: ach, mijn lieve zusje! wat heb ik dezen nacht veel liefde aan mijn gemoed mogen smaken; ik gevoel nu geen pijn, en ik weet niet beter, of ik heb de hemelingen voor den troon gezien; daar zal ik ook mejuffrouw O. aantreffen. — Zij bedoelde een reeds overleden juffrouw, met welke zij voor twee jaren over den hemelweg zeer krachtig gesproken had.

Intusschen werd haar begeerte om ontbinding weder opgewekt, en zij riep overluid uit: kom haastelijk, Heere Jezus! — Deze laatste dag was smartelijk en met veel strijd vermengd, maar ook met overwinning. Een buurvrouw, die haar hulp aanbood, om bij haar dien nacht te waken, ontving tot antwoord: dat zal niet meer behoeven , want dan zal ik al bij den Heere Jezus zijn. Daarop geraakte zij in een zwaren strijd, of alles nog geen bedrog was, hetgeen haar vader uit haar gezegde bespeurde; hij vroeg haar of het met bedrog en niet welmeenend geweest was hetgeen zij onder zooveel getuigen gesproken had. — O neen, lieve vader! zeide zij onder veel aandoening; dat weet de Heere beter; had ik duizend zielen, zij waren allen voor mijn dierbaren Heiland_ ten beste; en hier blijft nog mijn begeerte staan. Waarop zij zich weêr plechtig aan een drieëenig God mocht verbinden, met begeerte om ontbonden te worden, uitroepende: wie zal mij verlossen van het lichaam des doods! onder vernieuwde smarten des lichaams.

Daarna zeide zij tot een jongedochter, die haar in haar ziekte had opgepast en welke zij al menigmaal voor het eeuwig verderf had gewaarschuwd: o, Anna! gij moet bekeerd worden, of gij gaat voor eeuwig verloren.

Een oud man van 86 jaren sprak zij met veel meêdoogendheid aan: ach, oude vader! wat heb ik een medelijden met u! Zoolang geleefd en nog onbekeerd! Wat is dat ongelukkig! Zoo oud geworden en nog verloren te gaan! Ach! dat God u nog bekeeren mocht, want het is voor u al elf uur. Stel het toch niet langer uit, eer de deur der genade eeuwig voor u gesloten wordt!

Zeker chirurgijn, die geroepen was, om haar zuster vanwege haar droefheid een aderlating te doen, en dien zij had hooren spotten, — tot dezen zeide zij: vriend! wat denkt gij van uzelven ? Als gij zoo sterft, zult gij voor het oordeel Gods durven komen ? — Hg zweeg stil. Zij hervatte haar rede: geeft gij mij geen antwoord ? — Hij zeide: omdat gij, kindje! wat zwak zijt. — Voor mijn zwakheid behoeft gij niet bekommerd te zijn; de Heere zal mij wel

Sluiten