Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven nog geen verstand genoeg gehad, om die zonden te doen; dezulken krijgen nooit berouw van hun zonden, en gij immers gevoelt het tegendeel? — Ach ja! riep zij uit; dat weet de Heere hoe die mij smarten. — Zeer kort daarna hoorde zij haars vaders huisklok slaan; zij vroeg aan een jongeling, die bij haar stond, hoe laat het was. Hij zeide: vijf uur. — Verheugd zeide zij: die lieve vijf uurtjes! Nu zal ik haast bij mijn Heere Jezus zijn! verblijd over het naderend tijdstip. Niet ver van zes uur naderde eindelijk de dood; met volle verwachting riep zij uit: o, mijn Jezus! mijn Zaligmaker! mijn Heiland! mgn Koning! mijn Bruidegom! mijn Man! nu zal ik haast bij ü zijn; kom haastelijk, Heere Jezus! — Na eenige ademhaling zong zij haar zwanenzang, uitroepende: nu heb ik den goeden strijd gestreden; nu heb ik mijn loop geëindigd; nu heb ik het geloof behouden; voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, die mij de rechtvaardige Rechter in dien dag geven zal.

Nu scheen zij als in liefde Gods overstelpt en riep nogmaals verstaanbaar uit: ach! Heere Jezus! had ik ooit gedacht zooveel liefde aan mijn gemoed te zullen smaken! Wie helpt mij God loven, prijzen en verheerlijken!

Daarmede stapte zij over, door een zachte ontbinding, tot dien zaligen hemel, waarnaar zij zoolang reikhalzend had uitgezien, op het slaan der klok van zes uur des avonds.

De ziel ontvlood haar bangen kerker, Door 's Heeren Geest, allengs al sterker

Geoefend door den bangsten strijd, Om 't hemellied met heilige engelen Volmaakter, reiner saam te mengelen

In de eindelooze eeuwigheid.

Daar smaakt zij bij haar Jezus vreugde, Die nooit de wereldling hier heugde,

Waarvan de aard' geen denkbeeld gaf! Nu ademt zij in reiner kringen; Verlost van zonden, mag zij zingen:

Mijn Goël bracht mij over 't graf!

Wat hier de Geest ten deele leerde, Toen 't smachtend uitzicht meer begeerde, 't Aanschouwen, ja, geniet zij recht;

Sluiten