Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nacht, als een ontmoeting, die mij tot dusverre ondoorgrondelijk was en mij alle hoop van eenig welzijn voor den tijd en de eeuwigheid ontzeide, en dat dit mij zulke groote ontsteltenis en beroering des gemoeds teweeg bracht; waar nog bijkwam, dat ik het niet ontkennen kon, ja, zelfs moest belijden mijn huichelachtige levenswijze als een bedrieger, om de oogen van de menschen te misleiden; alles getuigde tegen mij van bedrog.

Waarop de leeraar antwoorde, dat mij niet meer dan menschelijke bezoekingen bevangen hadden en dat God mij niet meer zou opleggen dan ik kon dragen. Deze ontmoeting is voor u in dit oogenblik onverstaanbaar, maar gij zult er na dezen meer van leeren verstaan, naarmate de Heere u zijn verlichtende genade van zijnen Heiligen Geest schenkt; nu is het voor u een onwetende blindheid. Maar de Heere heeft beloofd: Hij zou de blinden leiden op den weg, dien zij niet geweten, en op paden, die zij niet gekend hebben.

De woorden van dezen bij mij hooggeschatten leeraar waren mij op dit oogenblik tot troost, terwijl hij mijn 'ontmoetingen en den stand, waarin ik verkeerde, niet buiten hoop stelde. Evenwel zeide ik nog zeer ontrust te zijn wegens hetgeen mij in den slaap was voorgekomen van niet zalig te kunnen worden. Zoo het eens waar mocht zijn, dat God het mij zelf gezegd had, dan was het toch een onherroepelijk® waarheid, Indien het zoo niet is, — wat beduidenis zou het anders hebben?

De leeraar antwoordde: gij moet weten, dat Gods Woord zulks zoo niet openbaart van verworpen te zijn dan van dezulken, die onbekeerd in de zenden sterven, of zonden tegen den Heiligen Geest gedaan hebben; maar gij gevoelt immers droefheid over uwen afgelegden zondenweg; want waart gij met denzelven nog vereenigd, dan zou het u geen smart of schaamte doen gevoelen. Dat moet gij immers belijden ? En wat de aanvechtingen aanbelangt, — dat zou zeer vreemd zijn en hopeloos , indien gij de éénige waart ■en er geen dergelijk voorbeeld van Gods liefste kinderen gevonden werd in het eeuwige getuigenis der Waarheid, tot een bewijs,dat men geen bastaard, maar een zoon is. Zie een Job, David en dergelijke vrienden; en de apostel Paulus zegt: Hebr. 12: 6: „Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij." — Opdat nu de arme mensch, door de overtuiging zijner zonden, zich tot God zou keeren, — daartoe schenkt de Heere zijnen Heiligen Geest, werwaarts hij met zijn overtuigd gemoed kan vluchten; want al wat op aarde is, ja, al het geschapene kan hem niet troosten, omdat hij hetzelve ongenoegzaam acht, als

2

Sluiten