Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat, schoon hij somtijds daarin bezig was, nochtans was zijn hart daar weinig meê ingenomen. Zijn wandel was in den hemel; en zijn zoetste troost en Goddelijke verkwikkingen waren heilig en hemelsch. Zijn ziel mocht veeltijds een vermakelijke beschouwing van de eeuwigheid hebben en de troostelijke overtuiging, dat zij eerlang die heerlijke woningen genieten zou; en dit veroorzaakte, dat hij de aardsche eer en de arme, ledige vermaken der wereld weinig achtte.

Hij was van een zoete en zachte inborst en van zulk een burgerlijk gedrag als een mensch, onderworpen aan de menschelijke natuur, maar zijn kan: Hij had nauwelijks een gestalte, die niet scheen te spreken; en door een krachtige genegenheid nam hij het hart in van allen , met wie hij verkeerde. Behalve andere zedelijke manieren en gaven, waarmede hij begunstigd was, mocht van hem waarlijk gezegd worden, dat hij was vervuld van liefde, vriendelijkheid en bescheidenheid, die aan allen bekend was. Hij was een waar en getrouw vriend van degenen, die belang in hem ■stelden, en zoo vermakelijk als een oprecht Christen wenschen kan. Hij was niet ras in 't verkiezen; maar gekozen hebbende, beminde hij hartelijk. Er was niet meer dan één ding, hetwelk hij te veel dacht voor iemand, voor wien hij zijn liefde niet te goed achtte. Hij kon namelijk om eenig vriend, dien hg op aarde had, niet willens en wetens zondigen. Hg was een vriend tot den altaar toe, in zoover als hij wettig en consciëntieus eenig ding mocht doen voor wie hij kon dienen in de liefde.

Terwijl hij zich zoo vriendelijk betoonde voor zijn vrienden, verbond hem ook een goede natuur en Christelijkheid, om zich ook, zooveel mogelijk was. zoo te gedragen omtrent andereu en aan armen milddadig te zijn. Hij was omzichtig, om zijn liefde niet te misplaatsen, maar nochtans niet zoo gierig , om zich te onttrekken, als hij bekwame voorwerpen vond. Hem dacht het niet weinig, dat hg" zooveel had van zichzelf, zoodat hij 't gebrek van zijn broederen eenigszins mocht vervullen. En daarom gaf hij aan hen, alsof hij een schuld betaald had en niet een aalmoes uitgereikt. Maar bovenal was zijn liefde en genegenheid uitstekend tot de zielen van anderen, aan wie hij zooveel goed begeerde en trachtte te doen als hem mogelijk was, zoodat eenigen dachten, dat zij nooit den weg des eeuwigen levens zouden gevonden hebben, indien hij maar voor zichzelven alleen geleefd had en niet ten goede ook van anderen. Zijn liefdadigheid aan arme schuldenaars in de gevangenis,

Sluiten