Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit zij genoeg van den vader. Aangaande zijn zoon zal ik melden wat hij was en wat zijn gestalte en gedrag was.

Als Christen was hij van een voorbeeldige heiligheid en hemelschgezindheid, door gemoed en leven verre boven den gewonen rang verheven. Hij leefde veel in vermakelijke gemeenschap met God. Zijn ziel was ten hoogste geoefend in Goddelijke beschouwing; en hij wilde dikwijls spreken, om ook anderen daartoe te brengen, wien hij hetzelfde vermaak wenschte in deze oefening van zoetigheid en verzadiging der ziel, welke hij bevond in zijn overdenkingen der Goddelijke volmaaktheden, de eene onderscheiden van de andere. In zijn gezelschap wilde hij veel spreken tot verheffing en aanprijzing van Gods goedheid en van de onuitdrukbare dierbaarheid en teederheid van de Goddelijke liefde. In 't gebed was hij gemeenlijk niet zoozeer bezig in 't belijden en beklagen van verdorvenheden en ongestalten, hoewel hij altijd een betamelijk gevoel daarvan uitdrukte, dan wel in de verheffing, in het loven en prijzen van God, in zijn oneindige, heerlijke volmaaktheden en in het vermelden zijner wonderwerken, in het bijzonder van de wonderen zijner liefde, geopenbaard in Christus Jezus. Als hij, in eenige brieven aan mij, had gesproken van de genade en goedheid van God voor hem, van welker gezicht en gevoel hij scheen vervuld te zijn, brak hij soms af met dergelijke uitdrukkingen: ik ben vol van de barmhartigheden des Heeren. O! loof den Heere voor mij, O! prijs den Heere om mijn gelukkigen toestand in zijn gunstige tegenwoordigheid. O! help mij den Heere loven!

Zijn gansche leven was versierd en verheerlijkt met den uitstekenden luister van zijn bijzondere, persoonlijke genade, welke ik maar kort in de volgende zaken en opmerkelijke dingen zal vertoonen.

Hij was een man van liefde. Zijn zoete, vriendelijke en lieftallige omgang was zoodanig, dat die hem bij zijn vrienden en bekenden zeer lief en waard maakte en den weg baande tot zijn bestraffing of raadgeving. Hij was den heiligen, die hem kenden, zeer dierbaar, dewijl zij in zijn aangezicht en gedrag zagen wat liefde en achting hij voor hen had. Zijn medelijden met hen. die in verlegenheid waren, zijn milddadigheid tot hen, die gebrek hadden aan goederen, waarin hij overvloedig was boven vermogen, zijn verdraagzaamheid in zaken van ergernis, zijn toegenegen taal en gedrag, zijn bereidwilligheid tot alle verbindende diensten van liefde tot zijn naastbestaanden, tot zijn vrienden, tot vreemdelingen en tot vijanden,

Sluiten