Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeidde om hen weer terecht te brengen door den geest der zachtmoedigheid. Hij geloofde en hoopte alle dingen, die te gelooven en te hopen waren. En wanneer hij ten hoogste de daden veroordeelde, wilde hij niet vonnissen over den staat van den persoon. En hoewel hij mild genoeg was in zijn oordeel omtrent anderen, nochtans was hij streng genoeg in zichzelven te oordeelen.

In twijfelachtige zaken, die in verschil waren, zag hij niet meer gewicht en zwarigheid daarop dan die tot de gevoelens in den godsdienst behoorde. Hij was niet gelijk de zoodanigen, die bezwaarlijk kunnen verkeeren met eenig mensch, hoe begenadigd hij ook zijn mag, die niet kan denken, spreken en doen gelijk als zij doen in ieder ding. Hij wilde vrij en gemeenzaam omgaan met hen, die gezond in 't geloof waren, omtrent de grondwaarheden van den godsdienst, en heilig in hun leven, schoon van een ander gevoelen.

Het werk van zijn bediening viel hem lichter dan velen anderen leeraren, zijnde van een levendig en vast oordeel, van een sterk, gereed, getrouw geheugen, gebruikende altijd verstaanbare uitdrukkingen en boven alles hebbende een heilig hart, dat altoos goede redenen opgaf. Hij was zeer bekwaam om te prediken; en in nood onverwachts gewaarschuwd, verliet hij zich altijd op des Heeren hulp en bijstand, die nooit was in gebreke gebleven; en zoo ging hij vrijmoedig tot zijn werk, zonder beschroomdheid.

Hij begon zijn dienst met zooveel geleerdheid, gaven en bekwaamheden, dat ze zijn leeftijd verre te boven gingen; hij nam uitnemend toe in genade en gaven, in korten tijd, zoodat zijn toenemen allen menschen bekend werd, terwijl de hemelsche schatten hem rijkelijk werden medegedeeld door Gods zegen en een naarstige hand. God zegende hem met alle geestelijke zegeningen in hemelsche dingen, en hij bracht alles wederom tot \iod. Hij diende God met al zijn macht en met al zijn krachten. Hij was overvloedig in 't werk des Heeren. Hij ging niet, maar liep den weg van Gods geboden ; hij kon loopen en werd niet moede; hij wandelde en werd niet mat. Hij jaagde naar het voorgestelde wit en doel, tot hij het verkreeg; zijn loop was snel en kort en zgn einde heerlijk.

Hij was onverzadelijk gretig naar bekeering van zielen, waarin hij geen kleinen voortgang maakte in den loop van zijn bediening; en om dit doel te bereiken, stortte hij zijn hart uit in gebeden en prediken. Hij gaf met het Evangelie ook zijn gausche ziel over aan zijn hoorders. Zijn vermaningen en smeekingen waren somtijds zoo hartinnemend, zoo vol van heiligen ijver en leven, dat ze zijn

Sluiten