Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenstanders overwonnen, als door zijn tranen hun harde harten werden week gemaakt. Maar terwijl hij anderen versterkte, werd hij verzwakt en op 't laatst zelfs verteerd, gelijk een brandende kaars, die anderen voorlicht en zelf verteerd wordt.

Hij was niet vergenoegd met deze zijn openbare bediening, maar hij ging van huis tot huis en daar bijzonder, waar hjj hartelijk aangenomen en ontvangen werd met zijn boodschap. Hij handelde met de hoofden, ouders, kinderen en dienstboden elk naar hun staat, hen bijzonder onderwijzende in de groote fondamenten van de Wet en het Evangelie. Die hij onwetend vond, bestrafte hij zachtelijk en vermaande hen tot naarstigheid, beide in haar gemeene en bijzondere roeping. Die hij nalatig vond, vermaande hij ernstig om huisoefeningen op te richten en God te dienen in hun huizen en die tot kleine kerken te maken, door gedurig lezen van Gods Woord, opdat zoo het Woord van God onder hen rijkelijk mocht, wonen; ook door zorgvuldige catechisatiën voor kinderen en dienstboden, vermanende hun ouders en meesters, dat zij door samenkomsten, herhalingen van predikatiën en bijzonder door morgenen avondgebeden moesten zoeken voor te komen dat schrikkelijk oordeel, hetwelk hing over de hoofden van die huisgezinnen, die Gods Naam niet aanroepen. Hij onderzocht, zooveel hij kon, naar den staat van ieder bijzonder persoon, en daarnaar waren zijn bestraffingen, vermaningen en versterkingen gericht met troost en aanmoediging, als hij gelegenheid vond; nochtans alles met zooveel teederheid, ootmoedigheid en zelfverloochening, dat hij veel won op de genegenheden van hen, die hem eenig gehoor gaven; hij bracht hen ten minste tot een zedig leven, in zoover, dat eenigen, die eerst niet wilden bezocht zijn, hem daarna baden, dat hij ook tot hun huizen zou komen, om hen te helpen.

Dus verteerde hij zichzelven, om licht en warmte te geven aan anderen. Hij vergunde zichzelven te weinig slaap, om zijn verzwakte geesten weêr te versterken, nadat zij door arbeid én waken waren afgemat. Hij rees gemeenlijk te vier uur 's morgens uit zijn bed en wel vroeger, zelfs in de koude Winters, om meer tijd te hebben om gemeenschap met God te oefenen en te vroeger te kunnen zijn aan zijn andere bezigheid en studeeren. Dus was hij een naarstig, deftig, ijverig jonkman, wiens bescheidenheid aan allen bekend was en die 't verderf in de Kerk met al zijn macht zocht te weren; hij wilde geen onwetenden en ergerlijken menschen de bondzegelen geven, maar hield die van de tafel des

Sluiten