Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te prediken, hetwelk hg noemde derzelver inwijding. En na een dag of twee begeerde hg zijn vrouw bij hem te hebben, of nabij hem in 't dorp om hem op te passen en gezelschap te houden, met zulke vrienden als hem kwamen bezoeken. Ook verzocht hij den bewaarder, dat hij een hoek van de kamer voor zichzelven mocht hebben en daar zijn bed te leggen, om een weinig afgezonderd te zijn en behing het met gordijnen; hetwelk hem toegestaan en met gordijnen behangen zijnde, hem tot veel verkwikking was. Na weinig weken kreeg hij vrijheid om zijn kerker somtijds te verlaten en een mijl of twee in 't land te wandelen, 's morgens en 's avonds, behalve in slecht weder, of wanneer de onwilügheid des bewaarders hem verhinderde.

Hun spijze was goed en genoegzaam, somtijds overvloedig door de goedheid van hun vrienden jegens hen; zij predikten daar doorgaans ééns daags en dikwijls tweemaal, en velen kwamen tot het gehoor, zelfs drie avier uren ver van rondom uit het land, terwijl hem ook velen kwamen bezoeken. Hun vrienden waren hun zeer gunstig, trachtende door dikwijls bezoek, overvloedige spijs en drank en toebrenging van geld weg te nemen de ongemakken der gevangenis. Mr. Alleine's arbeid was de grootste, die den meesten tijd doorbracht in 't samenspreken met zijn vrienden en een groot deel 'van den nacht in zijn ? studie en verborgen plichten.

Dus moest hij daar blijven omtrent vier maanden, terwijl hg van de eene vierschaar gebracht werd naar de andere en den 14 « Juli naar Taunton, waar hij aangeklaagd werd over zijn prediken den vorigen I7den Mei; maar de bewijzen waren zoo slecht, dat de opperrechter den brief van aanklacht niet wilde opzoeken, waarom hij behoorde vrijgelaten te zijn geworden volgens de wetten; maar hij werd weêrom gezonden naar de gevangenis, tot een nadere onderzoeking. Tot zijn vrienden, die op zijn ontslag gehoopt hadden, zeide hij: laat ons God danken, dat zgn wil geschied is en niet de begeerte van zulke wormen als wij zijn.

Den 14de" Augustus werd hij naar een andere rechtbank gevoerd; en hoewel het bewijs zoo zwak was als het vorige vond evenwe nu de rechter het geschrift, en hij werd voor de balie gebracht en zijn beschuldiging gelezen, welke van dezen inhoud was: „dat hij den 17deo Mei 1663 had gepredikt en te zamen was met twintig anderen, hun onbekend, welke een oproerige vergadering was tegen de rust en vrede, volgens <t Plakkaat van onzen souveremen Koning, en tot verstoring van zijn onderdanen, en strekte tot kwaad

Sluiten