Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbeeld voor anderen en ergernis van de Bisschoppale Kerk, door de wetten in Engeland vastgesteld." — Hierop antwoordde hij, dat hij, wat bidden en prediken aanging, schuldig was, doch meende dat zijn plicht te zijn; maar dat ze dit noemden een oproerige, rustverstorende vergadering, — dat verfoeide hij met zijn gansche hart, en daaraan was hij niet schuldig, als hebbende geleerd God te vreezen en den Koning te eeren. Nochtans werd hij door de rechters schuldig verklaard en gevonnisd, dat hij moest betalen 100 Marks, ieder zijnde dertien en drievierde schellingen Engelsch geld, zijnde omtrent 760 gulden Hollandsch, en dat hij moest in de gevangenis blijven, totdat die som was betaald; waarop hij zeide: verblijd te zijn, dat hij had mogen verschijnen voor zgn vaderland en dat hij geenszins schuldig was aan hetgeen, waarmede hij beschuldigd werd; dat hij maar zijn plicht gedaan had en dat, hetgeen bij de bewijzen bleek, alleen was, dat hij een Psalm gezongen had en zgn huisgezin onderwezen had, daar ook eenige anderen bij waren. En dat, indien hetgeen hij gezegd had niets mocht helpen, hg getroost en dankbaar zou aannemen wat vonnis zijn rechters over hem vellen zouden in deze goede en rechtvaardige zaak. Van daar werd hij teruggebracht in de gevangenis, waar hij nog moest blijven een geheel jaar min drie dagen.

De Winter aankomende, welken zij vreesden, dat die plaats zoo koud zou maken als die in den Zomer heet geweest was, alzoo in de kamer geen schoorsteen was, zoo verzochten zij te mogen verplaatst worden in de groote gevangenis, alwaar zij meer plaats en gemak hadden in alle deelen, hetwelk zij met veel moeite verkregen. Hier hadden zij groote vergaderingen, zoowel op de werkdagen als op den Rustdag, en vele dagen van verootmoediging en dankzegging. Eh hoewel zij bedreigd werden van de rechters om over zee gezonden of naar Amerika, of op een eiland gebannen te worden, behaagde het den Heere nochtans zoodanig, dat hun gevangenschap strekte tot zijn groote eere en tot bevordering van het Evangelie, door hun grooten arbeid, terwijl God daar een grooten zegen toevoegde. En Mr. Alleine's lijden verminderde in 't minst niet zgn ijver en werkzaamheid omtrent Gods zaak en eere, maar hij omhelsde alle gelegenheden om goed te doen. De leeraar, wiens ambt het was voor de gevangenen te prediken, ziek wordende, vervulde Mr. Alleine vrijwillig zijn plaats, zoolang hij kon toegelaten worden, ernstig hen vermanende, dat zij door bekeering en geloof den eeuwigen welstand van hun zielen wilden verzekeren. Hij trachtte

Sluiten