Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn zittten in de gevangenis verhinderde zijn vertrek om de wateren te gebruiken, hetwelk de reden was, dat zgn kwaal meer toegenomen was in den Winter en in 't voorjaar, nochtans niet zoovëel, dat hg zijn werk niet kon verrichten; maar hij predikte, hield vast- en biddagen en bediende het Avondmaal voor het volk.

Gaande naar de wateren in Juli 1667, hadden zij een tegenstrijdige werking op hem, bij hetgeen zij eerst hadden, want die drie dagen gebruikt hebbende, viel hg in een koorts, die zijn ge esten verspilde en zgn kracht verzwakte, zoozeer, dat hem de dood scheen te naderen; maar het behaagde den Heere hem te sparen en hem zoover te herstellen, dat hij na zes weken tot zgn volk wederkeerde; nochtans vindende een groote verzwakking in zijn sterkte en leden, was hg willig om te gaan naar Dorchester, bij den vermaarden Dr. Lose, van wien hij vele medicijnen had ontvangen, maar geen verkeering met hem hield; die, zijn zwakheid ziende, raadde hem daar twee of drie weken te big"ven, opdat hij hem te beter mocht helpen; maar in vijf dagen verloor hij al het gebruik van zijn leden. Eerst werd hem 't gebruik van zijn armen ontnomen, toen van zijn voeten, zoodat hg* niet kon staan, of een vinger verroeren, noch zich in zijn bed kon omkeeren. Hij was overgegeven aan zijn geneesmeesters en vrienden, die hem eenige weken zagen liggen in koud zweet, nacht en dag, en dikwijls was zijn lichaam heel koud, zoodat zij dachten, dat hij stierf, terwijl hij niets kon nuttigen dan vleeschnat en hartsterkende dingen.

Dus lag hij van den 28sten September tot den I6den November,, voordat hij eenigszins beterde; in al dien tijd was hij blijmoedig, lovende en verheffende God voor zijn barmhartigheid. Maar zijn geesten waren zoo laag, dat hij maar weinig en zacht kon spreken. Hij was vrij van pijn; en wanneer zgn vrienden zich verwonderden over zijn lijdzaamheid, zeide hij, dat God hem nergens in beproefd had dan dat hij zgn dienst moest nalaten en met hem uit den hemel te houden. Hem gevraagd zijnde hoe het was met zgn ziel in al zijn lichamelijke zwakheid, antwoordde hij, dat hg zulke groote blijdschap niet had als hg verwachtte en anderen genoten, maar hij had een zoete gestalte des harten en een geruste consciëntie, en zijn verzekering was in God gegrond, op de beloften des Evangeliums, en hij geloofde, dat het met hem eeuwig wel zou zijn.

De leeraren en godzalige menschen in die plaats waren met medelijden over hem aangedaan, bezochten hem en baden met hem

Sluiten