Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verandering zal haast over ons gemaakt worden! Nu zijn wg' kinderen Gods, maar het is nog niet openbaar wat wij zijn zullen. Verbeelden wij ons maar, dat wij zullen blinken als de zon in 'tkoninkrijk onzes Vaders; het is zoo heerlijk te beschouwen onze toekomende gelukzaligheid.

In zijn zwakheid zeide hij: daar zijn drie dingen, die moeten ontleerd worden, als zijnde misvattingen onder menschen: 1. Velen denken, dat hun geluk gelegen is in de wereld lief te hebben, daar het veel meer bestaat in de wereld te verachten. 2. De mensch denkt, dat het grootste genoegen is gelegen in hun wil te hebben, daar die waarlijk gelegen is in 't kruisen, dooden en ten onderbrengen van hunnen wil onder den wil van God. 3. De mensch denkt, dat zijn bezigheid en voordeel is zichzelven te zoeken, terwijl dat meer gelegen is in zichzelven te verloochenen.

Zijn raad tot zgn vrienden was: 1. waardeert den tijd, terwijl die duurt, en niet, als die weg is, wanneer 't is een onherstelbaar verlies. 2. Kent de waardij van' toekomende dingen, voordat ze komen of nog tegenwoordig zijn, en de waardij van tegenwoordige dingen, eer die voorbij zijn. 3. Waardeert geen barmhartigheid, die dient tot vergenoeging van uw vleesch, maar dan, als die dienstig kan zijn tot den dienst van God en de eeuwige dingen.

Tot een, die bij hem waakte, zeide hij: ik hoop een eeuwigheid met u door te brengen in de lofzangen van God, onzen Heere; ondertusschen laat ons leven tot eer en lof van onzen Koning, terwijl wij hier zijn, want het is zoet voor ons en Gode aangenaam; 't is een eenstemmig gezang in zijn ooren onze zonden vergeven en onze personen en dankzeggingen aangenomen te zien door Christus.

Nipt lang voor zijn dood zeide hij tot dezelfde persoon: o! hoeveel heeft God voor u gedaan, meer dan voor al de onbekeerde menschen in de wereld, daarin, dat Hg zgn beeld gewrocht heeft in uw hart en u eindelijk wil brengen in zijn hemelsche heerlijkheid. Zie nu, dat gij erkent de genade van God, en geef Hem den prijs daarvan! Wat mij belangt, de Heere zij geloofd, dat ik vol ben van zijn barmhartigheid en goedheid, die mg volgde al de dagen mijns levens. Ik beu vol troost en loop er van over. En nu, ik vermaan u, dat gij voorzichtiglijk en getroost wandelt; en volg mij met uw prijs en dankzegging tot onzen God, zoolang ik leef.

Wanneer hij hoorde, dat er gerechtsdienaars uit waren om hem te vangen, voor zijn prediken en goeddoen alleszins, verhief hij zijn

Sluiten