Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$t laatst* mwt m\\ |L U JWt?t

facob le Fevre is gestorven in het jaar 1637 en was in zijn tijd een groot man, beroemd door zijn geleerdheid en godsvrucht. Hij kan onder de eerste oprichters der goede letteren en der Evangelische Waarheid in Frankrijk worden geteld. In zijnen ouderdom de hitte der vervolgingen, met welke de belijders der Waarheid in die tijden gedrukt werden, willende ontgaan en zoekende zijn leven te behouden, nam hij zijn toevlucht bij de Koningin van Navarre, naar Albret in Gasconje. Op een zekeren dag zond de Koningin om hem, willende, dat hij bij haar zou komen eten. Zij had nog andere geleerde en godvruchtige mannen genoodigd, als hebbende een groot behagen in hun redeneeringen.

Onder het middagmaal, toen de andere gasten met vroolijke gesprekken zich vermaakten, begon deze Jacob bitterlijk te weenen en téekenen van zijn beklemd hart te geven. De Koningin, zich daarover beklagende, dat, waar zij hem genoodigd had om samen vroolijk te zijn, hij zoo droevig zich vertoonde, vroeg hem naar de reden daarvan, waarop hij antwoordde: hoe kan ik, doorluchtige Koningin! vroolijk zijn, daar ik de snoodste ben, dien de aarde draagt.

Wel, mijn Jacob! zeide de Koningin, welke boosheid of welk schelmstuk kunt gij bedreven hebben, die van uw jonkheid af geschenen hebt zeer heiliglijk te hebben geleefd ?

En toen antwoordde hij: ik ben nu 101 jaar oud geworden en heb mij rein en zuiver gehouden van alle besmetting met vrouwen; en het heugt mij ook niet iets te hebben bedreven, waarom ik zou vreezen met een bezwaard geweten uit deze wereld te gaan, dan alleen één zonde, welke ik vertrouw, dat verzoenlijk zal zijn.

Toen de Koningin bij hem aandrong om die zonde -te openbaren,

Sluiten