Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij niet gelijk vele vrouwen, die geen rekenschap kunnen geven van het geloof en van de hoop, die in haar is; maar zij wies op in de kennis en in de genade des Heeren Jezus.

Toen zij bijna 20 jaren oud was , trad zij, met toestemming harer ouders, in het huwelijk met Willem Bretterg, eenen jongen edelman, die de Gereformeerde leer oprechtelijk omhelsde en dienaangaande van de Roomschgezinden veel te lijden had.

Dit begenadigd paar leefde twee volle jaren in die onderlinge blijdschap en troost, die aan kinderen Gods betaamt, in welken tijd zij een dochter bij hem had. Haar. woning was in het midden van onwetende en onredelijke Pausgezinden, die haar altijd eenig kwaad deden; doch haar kennis, lijdzaamheid, goedaardigheid en volstandigheid in de Waarheid stichtten haren man zeer in zgn allerheiligst geloof en moedigden hem aan, om het dagelijksch ongelijk geduldiger te verdragen. Verscheidene malen werden,door boosaardige, hem om zjjn godsdienst hatende Roomschen, zgn paarden en koeien des nachts op zgn eigen land gedood, hetgeen hem tot groote schade en nadeel was, als zijnde deze zgn voornaamste bezitting; nochtans verdroeg zij deze groote verdrukking niet alleen met een wonderlijke lijdzaamheid, maar daarenboven verblijdde zij zich en prees den Heere, zich buigende onder zgn heilige en wijze voorzienigheid. Menigmaal zeide zij: het is goed, dat zulks plaats heeft-; maar wee dengenen, die het doen! Het is goed in God, om daardoor zgn kinderen te kastijden en de eene of andere zonde, in welke Hij ons gereed zag te vallen, te verhoeden. Het is goed met opzicht tot Gods Kerk, opdat de zwakken in de Waarheid mogen bevestigd en het Pausdom te schande moge worden, wanneer de wereld zien zal, dat uit hetzelve zulke goddeloosheid vloeit! Het is goed in God, opdat de goddeloozen zonder verschooning zgn in den dag des oordeels, hun consciëntie tegen ben getuigende, dat, alhoewel God hen, om redenen, Hem bekend, in zulke boosheid laat voortgaan, zij het nochtans uit boosheid en wraak doen.

Te midden van zulke kwellingen zeide zij dikwerf: Gods weldaden zijn oneindig, die niet alleen door zijn Woord, maar ook door zgn gerechtigheid ons bekwaam maakt tot zijn koninkrijk. Weinig weten onze vijanden welk goed zg ons hierdoor doen en welk nadeel zij aan hun eigen belijdenis toebrengen, door haar verkeerdheid in zulk een helder daglicht te stellen. — Menigmaal bad zg God, om hun, die haar dus verongelijkt hadden, vergeving en bekeering te

Sluiten