Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat mijn tong en mijn hart uwen lof konden uiten, zooals ik moest en gaarne wilde. 0! helpt mij den God van alle vertroostingen te prijzen! — En zoo bleef zij vijf uren lang, den Heere lovende met een vroolijk en hemelsch gelaat, betuigende zulk een inwendige vreugde, tengevolge van een troostrijk gevoel van Gods barmhartigheden aan haar ziel, zich van zulke aangename uitdrukkingen en gezuiverde spreekwijzen eener Goddelijke welsprekendheid bedienende , dat het ten hoogste verwonderlijk was. O, mijn Heere God! sprak zij, geloofd zij uw Naam eeuwiglijk! Gij hebt mij het pad des levens aangewezen. Gij hebt, o, Heere! voor eenen kleinen tijd uw aangezicht voor mij verborgen, maar met eeuwige barmhartigheid hebt Gij U over mij ontfermd. Gg zijt gekomen met volheid der vreugde en overvloed der vertroostingen. Helpt mij, o! helpt mij den Heere loven! — Toen zong zg den 3den Psalm, met zulk een liefelijke stem als zij steeds in haar leven gedaan had, en besloot met het zingen van het laatste versje van Ps. 106: „Geloofd zij de Heere, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! En al het volk zegge: Amen! Halleluja!"

Daarna zeide zij: o! looft den Heere, want Hij heeft mij met vreugde en blijdschap des harten vervuld; mgn snoeren zijn gevallen in liefelijke plaatsen; een schoone erfenis is mij geworden, want de Heere is het deel mijner erve. O! hoe vermakelijk is de zoete geur van die plaats, waar ik lig; zoeter is hij dan Aarons reukwerk, gemaakt van voorname specerijen. Hoe troostrijk is de zoetigheid, die ik gevoel; zij is gelijk de geur, die van 't gouden wierookvat komt en mijn ziel verkwikt; de smaak is kostelijk; liefelijker is hij dan myrrhe, zoeter dan honig en honigraten. — Toen zong zij Psalm 19, van het 8ste vers af: „De Wet des Heeren is volmaakt" enz., waarna zij wederom God bad en Hem prees en daarop den 134sten Psalm zong.

Een Christenvriend, haar uitstekende vreugde ziende, bad, dat dezelve ten einde toe mocht duren. Waarop zg zeide: o! de vreugde, de vreugde, de vreugde, die ik in mgn ziel gevoel, o! zij is wonderlijk, zij is wonderlgk, zg is wonderlijk! — Een weinig daarna viel zij in een korte sluimering, waaruit zij ontwakende, zeide: o! kom; kus mij met de kussen van uwen mond, want uw liefde is beter dan de wijn. O! hoe zoet zgn de kussen van mijnen Zaligmaker! Mijn oogen zgn geopend; geloofd zij God! Ik voel en zie de eeuwige weldadigheden van mijnen Christus. O! hoe barmhartig en wonderlgk genadig zijt Gij over mij! Ik gevoel uw

Sluiten