Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/vVIam <-* voortreffelijkheid van zijn familie, wordt zijn naam j)riTsl verzwegen. Hij stierf in het jaar 1692, den 8sten December.

\^"L^> Zijn geschiedenis, in het Nederduitsch vertaald, met een voorrede van den nu zaligen professor Witzius, werd te Utrecht gedrukt in het jaar 1693. Zij wordt geheel verhaald in de „ Versche Wonderen van der Allerhoogste" door J. D. W.

Deze edelman had in zijn jeugd het voordeel van een godsdienstige en deugdelijke opvoeding. Hij was in zgn jonkheid zeer ijverig in alle godsdienstige oefeningen. Op zijn zestiende jaar was hij in de Latijnsche en Grieksche talen zóóver gevorderd, dat hij tot de academie toegelaten werd, waar hij zich vijf jaar ophield en zich zeer wel gedroeg. Eenentwintig jaar oud zijnde, kwam hij te Londen, in de nabijheid van het Hof, met oogmerk om verder in de rechten te studeeren en zich daarin te oefenen, opdat hij, vele bezittingen hebbende, die zelf zou kunnen besturen.

Aldaar gekomen zijnde, werd hij door zijn nieuwe kennissen bespot. Om zulks te voorkomen, speelde hij met hen voor een tijd den geveinsde en' nam de gedaante van een goddelooze aan, ofschoon met beschroomdheid des harten. Sprekende met zijn vrienden over de religie, werden hem zulke redenen tegemoet gevoerd, dat zijn ziel door het vergif van het Atheïsme besmet werd.

Hierop begon hij met zijn makkers alle goddeloosheid te bedrijven; hij werd lid van de zoogenaamde Kabale, die gedurig bijeenkwam, om alle goddeloosheid te kunnen bepleiten en de wetten, die daartegen bestonden, krachteloos te maken. Eenige jaren leefde hij dus bedenkelijk zeer goddeloos en verkortte alzoo zijn dagen.

Op den 30sten November 1692 overviel hem een doodelijke ziekte, die tot den 8sten December duurde. De vreeze des doods maakte hem terstond, zoodra hij het gevaar zag, zeer benauwd. Hij kon

Sluiten