Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe. Onder het bidden loosde hij zware zuchten en gaf teekenen van doodsbenauwdheid.

Het gebed geëindigd zijnde, werd hem gevraagd hoe hij zich gevoelde. Hij antwoordde: wanneer ik, die mijzelven van mijn verharding bewust ben, de gebeden der heiligen hoor, waar de ooren van den Almachtige altijd voor openstaan, — dat vermeerdert mijn smarten, als ik gedenk, dat ik van zulke voorrechten uitgesloten ben en er voor mij niets anders overgebleven is dan lasteringen, huilen, weenen en knersen der tanden, voor eeuwig en altoos.

Hem werd tegemoet gevoerd, dat God den dood van een zondaar niet begeert, maar veel meer, dat hij zich zou bekeeren en leven, en dat Christus voor zondaren gestorven is. Hij antwoordde: Christus is voor zulke zondaren gestorven, die zich bekeeren en gelooven; maar al wilde ik, — ik kan geen van beide doen. Ik heb mijn dag van genade gehad, maar heb mij daartegen verhard en ben een verworpeling geworden. God wil den dood niet van degenen, die zich bekeeren, maar zijn rechtvaardigheid wil zich wreken aan zulken als ik ben, die, met mijn woorden en werken, zijn macht en voorzienigheid geloochend heb. Daarom heeft God zich tegen mij gekant. En o! hoe vreeselijk is het te vallen in de handen van den levenden God!

Deze woorden deden de omstanders weenen. Hij, zulks ziende, zeide: hoe kunt gij weenen op de verbeelding van het bloot verhaal van de uitwerking van Gods toorn? Wat denkt gij, dat ik te lijden heb, die dagelijks onder het gewicht van zijn verwoedheid lig? Bedwingt uw tranen voor mij! Zij zijn tevergeefs en ijdel. Medelijden is geen plicht, dien ge jegens mij behoeft te vervullen. Er is voor mij niets overig dan een kleine tijd, om mijn ellende vervuld te zien en mij te bevrijden van de smarten dezer verwachting.

Daarop volgden deze vreeselijke woorden, zooals hij daar lag, ziende naar het vuur, dat in het vertrek was: och! dat ik op dat vuur lag te branden hondesd duizend jaren, om de gunst van God te winnen en met Hem weêr verzoend te zijn! Maar dat is een vruchtelooze en ijdele wensch. Millioenen jaren zullen mij niet nader aan het einde van mijn pijnen brengen dan een enkel uur. O, eeuwigheid! eeuwigheid! Wie kan ontdekken den afgrond van die eeuwigheid? Wie kan bekwamelijk uitleggen de woorden: £ot in alle eeuwigheid?

Op een anderen dag werd hem voorgesteld het exempel van Petrus, die zijnen Meester óók verloochend had. Hij antwoordde:

6

Sluiten