Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Petrus verloochende zijn Meester. Maar wat toen ? Zijn Meester had voor hem gebeden. Hij zag op hem tot bekeering en kwam hem te hulp door zijnen Heiligen Geest. Maar mij heeft Hij zgn voorbiddding onttrokken. Ik] heb zijnen Heiligen Geest zoo menigmaal bedroefd, dat God denzelven van mij genomen heeft en in deszelfs plaats mij overgelaten heeft aan den geest van onbekeerlijkheid en verwarring, die mij verzekert van een vreeselijke erfenis in 't volgend leven.

Dan weder bad hg, dat God hem voor eeuwig wilde vernietigen en maar voor eeuwig zgn naam uitdelgen. Maar ook terstond voegde hij daarbij : o! wat vruchtelooze en vergeefsche beden zgn dit! Want ik twist met een God, die zijn ooren voor mij gesloten heeft; die mijn gebed voor altoos heeft verworpen; die mij nog maar een weinig laat blijven, om anderen tot een exempel te zijn, tot een waarschuwend voorbeeld te strekken.

Een van zijn goddelooze vrienden schreef hem een brief, waarin hij hem zocht te doen wederkeeren tot zgn godverzakende zonden. Maar toen die brief hem was voorgelezen, barstte hij uit in deze droevige en vreeselijke vloekwoorden : vervloekt zij de dag, waarop ik zulk een ongelukkige vriendschap gesloten heb! Ach! rampzalige tijd, waarin ik die Atheïstische grondbeginselen ingedronken heb! Vervloekt zij de ure, toen ik het Christelijk geloof verlaten en voor dat van Spinoza en Leviathan verwisseld heb!

Hij dicteerde een antwoord op dezen brief, welk antwoord waar-' dig is geheel gelezen te worden, om voor zulke Atheïstische gronden te schrikken. Het volgende kwam er in voor.

Wg hebben voor een tijd elkander bedrogen en met God en de gelukzaligheid gespot. Doch God, die zich van zijn schepselen niet altijd wil laten bespotten, heeft mij afgezonderd tot een exempel voor u allen en tot een waarschuwing voor de lustelooze en onverschillige Christenen. Maar helaas! wie kan zgn eigen tourgeschiedenis schrijven zonder tranen, of ïijn verzegelde verdoemenis uitteekenen zonder schrik? Dat er een God is, weet ik, omdat ik gedurig de uitwerking van zijn gramschap voel. Dat er een hel is, — daarvan ben ik niet minder overtuigd, als hebbende een verzekering van mijn erfenis in dezelve in mijn boezem ontvangen, daar mijn smarten zóó groot zijn, dat mijn woorden, om dezelve uit te drukken, te kort schieten. Dat er een natuurlijke consciëntie is, die niet een gevolg is van een door vooroordeelen bezette opvoeding, voel ik nu met schrik en verbaasdheid, doordien zij mij

Sluiten