Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardoor zij de spraak verloor en aan de eene zijde geheel verlamd werd; en eenige dagen zoo liggende, brak zij het hart van alle aanschouwers en allermeest dat van haar moeder. De vader scheen van hartzeer en droefheid overstelpt te worden.

Nauwelijks had de tijd deze droefheid wat dragelijker gemaakt, of een jaar daarna stierf ook zijn jongste dochter, en wel, opdat het niet zonder verzwaring zou zijn, aan de pest.

Eenigen tijd daarna stierf plotseling zijn oudste dochter, die gehuwd was, nalatende vijf kinderen. Zoo werd hij van kinderen beroofd , hetwelk hem zóó ternederdrukte, dat de vorige levendigheid in hem niet meer gezien werd.

Toen zijn einde naderde, werd hij eenigen tijd te voren zeer hard in zijn lichaam bezocht. Want omtrent een half jaar voor zijn dood brak er een ader in de long, waardoor hij in het bloed scheen te zullen stikken of doodbloeden; doch zijn tijd was er toen nog niet; evenwel stierf hij van dien tijd af. Zes weken daarna ging hij wel wederom op den predikstoel en deed zijn dienst als te voren; doch hij had een gedurige koorts en een zeer benauwde uittering.

Dit duurde tot den 13den Januari 1669, wanneer hij des voormiddags predikte uit Openb. 7 : 13 tot bet einde. „En een uit de Ouderlingen antwoordde, zeggende tot mij: dezen, die bekleed zijn met lange, witte kleederen, wie zijn zij en vanwaar zijn zij gekomen? En ik sprak tot hem: Heer! gij weet het. En hij zeide tot mij: dezen zijn het, die uit groote verdrukkingen komen; en zij hebben hun lange kleederen gewasschen en hebben hun lange kleederen wit gemaakt in het bloed des Lams. Daarom zijn zij voor den troon Gods en dienen Hem nacht en dag in zijnen tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen. Zij zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch eenige hitte. Want het Lam, dat in het midden des troons is, zal hen weiden . en zal hun een Leidsman zijn tot de levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun óogen afwisschen."

Des namiddags verhandelde hij den derden Zondag uit den Catechismus; te huis komende, zeide hij tot zijn vrouw: nu heb ik gedaan.

De brandende koortsen en benauwdheden meer en meer toenemende, zeide hij des Donderdags tot zijn vrouw, dat hij nog eens voor het laatst naar zijn kamer wilde gaan; na een uur toevens weder beneden komende, ging hij te bed liggen en gaf order om zijn zoon te halen. Deze des Vrijdags, den 6den Februari, gekomen zijnde en zijnen vader gegroet hebbende, zeide hij tot hem: tien

Sluiten