Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, kracht, hoop voor de toekomst, — alles was vervlogen. De verraderlijke ziekte had reeds zulke vorderingen gemaakt, dat haar bloed begon stil te staan en de ademhaling moeilijk werd; en in dezen toestand, zwak en uitgeput door pijn, moest zij den Zaligmaker zoeken; anders was het voor eeuwig te laat. Eens klom haar wanhoop tot zulk een hoogte, dat zij haar ziel verloren achtte. Dat woord verloren zonk diep in haar doodelijk gewond hart; haar geheele lichaam sidderde bij die gedachte. Zij zocht naar kracht; en haar stervende oogen opheffende, deed zij al het mogelijke, om nog te kunnen bidden. Welk een angst was er in dat gebed! Zij smeekte om genade, totdat zg uitgeput en buiten kennis ternederzonk. Daarop begon zij te ijlen- en verbeeldde zich weder gezond te zijn, te midden van haar bezigheden, haar genoegens en haar vrienden. Maar een oogenblik later bij kennis komende, besefte zg' weder haren toestand en herhaalde meer dan ééns, dat zij naar de hel ging.

Bij deze vreeselijke gedachte zocht haar ziel nogmaals naar kracht; zij riep weder om genade, maar haar krachten begaven haar. Het was omstreeks twaalf uur. Wg' baden dien morgen veel aan haar bed en trachtten haar nog tot den Zaligmaker te leiden, maar alles scheen tevergeefs; het doodzweet stond reeds op haar voorhoofd; en zg' bemerkte met ons, dat het niet lang meer zou duren. Zij sidderde voor haar toekomstig lot; en somtijds zag zij mij aan, opdat wij toch allen voor haar zouden bidden.

Eens zeide zij tot haren diep geschokten vader: o, lieve vader! kunt gij mij niet helpen? Kunt gij mij niet in het leven behouden? Och! bid voor mij; och! bid voor mij.

Wij knielden allen aan haar bed, droegen haar nogmaals op aan God, en ik trachtte haar nog eenige beloften te herhalen, toen zij uitriep : het is te laat, te laat! Voor mij is er geen vergeving meer!

Zij verzocht mij alle jonge menschen op haar voorbeeld te wijzen, om toch hun bekeering niet uit te stellen.En wederom bad zij, en wederom ontzonken haar de krachten.

Haar stem werd onverstaanbaar; haar oogen, die reeds gebroken waren, spraken van angsten, welke de tong weigerde uit te spreken. Haar ziel had echter nog geen rust gevonden; zij beproefde gedurig te bidden, maar ten laatste hoorde men niets dan eenige zuchten; de strijd werd al zwakker en zwakker, totdat zij eindelijk den geest gaf.

Toen ik terugkwam van dit sterfbed, dacht ik ernstig na over de korte levensgeschiedenis van dit meisje, dat eenige weken gele-

Sluiten