Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze ziekte brak op onderscheidene plaatsen van haar lichaam door, waardoor zij allengs verhinderd werd, om het naaiwerk, waarvan zij bestaan moest, te kunnen voortzetten, zooals zij gewoon was. Maar zij was onder veel pijn altgd nog werkzaam en deed wat zg' kon; en nu kreeg zij er een gezicht in hoe de Heere haar door het gedurig lezen van het lijden van Job haar lgden vooraf had aangekondigd. „En nu" — dacht zg — „zal de belofte óók wel komen; nu kan ik toch niet veel meer doen." — Maar neen, zg moest zich van haar sobere verdiensten behelpen, totdat het oogenblik kwam, dat zg letterlijk niets meer doen kon. Drie en een halve maand vóór haren dood moest zij het bed houden; en ziet, wat gebeurt er ? De Heere, die nauwkeurig den toestand van zgn kinderen gadeslaat, bestuurde het zoo zichtbaar, dat op den laatsten dag, toen zij nog kon opzitten, wij haar bezochten; wg' waren door een kennis van haar daartoe uitgenoodigd. Wij vonden haar aan de tafel zitten met haar zuster, haar huisgenoot en éénige bloedverwant, die zij had. Op de tafel stond een kaars van de dunste soort; haar hand was met een doek omwonden; zij was vol pijn, het geheele lichaam door, maar onderworpen en ook geloovig, dat het van den Heere was.

Maar haar zielstoestand was nog bekommerd en onrustig en zoekende, volstrekt niet kunnende gelooven, dat de Heere Jezus ook haar Zaligmaker was. Het hart van den bezoekenden broeder werd vol van beloften des Heeren, die hij haar deed hooren; maar zg' kon ze zich niet toeëigenen. Onder de vertroostingen Gods kwam ook dit haar ter ooren, uit Ps. 69: 13:

Gij, die God zoekt in al uw zielsverdriet, Houdt aan; grijpt moed; uw hart zal vroolg'k leven;

Nooddruftigen! veracht zgn goedheid niet! / Nooit zal Hij zgn gevangenen begeven.

Eindelgk, nadat ik haren toestand recht verstaan en gevoeld had, zeide ik tot haar: „Nog één ding ontbreekt u, en dat is, dat gij weet, dat Jezus ook voor uw zonden is gestorven aan het kruis. Als gij dit eens kondet gelooven, nietwaar? Dat zou u rust geven voor uw ziel."

Zg antwoordde: „Ja!" — Ik raadde haar aan: „Nu, dan aanhouden in het gebed om dit geloof en den Heere niet loslaten, voordat gij het verkregen hebt!" — Mijn oog vallende op het kaarslicht en op de zieke, werd mgn hart innig bewogen. Ik bad toen in mijzelven: „Och, Heere! moet uw kind, dat eens de eeuwige

Sluiten