Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toorn bot te vieren." — Deze gelegenheid deed zich dan ook spoedig voor.

Hij ontmoette namelijk zijnen veehoeder, een lichtzinnig en onnadenkend mensch, die aan den drank verslaafd was, en bracht hem een strafbare nalatigheid onder het oog, waaraan hij zich daags te voren had schuldig gemaakt. De veehoeder, die nog niet geheel van zijn dronkenschap was bekomen, voerde allerlei beleedigende taal tegen zijnen meester, niettegenstaande deze hem zijnen misstap met zachtheid onder het oog bracht. Voorname lieden uit de stad, die voorbijgingen, om in den Necker een verkwikkend morgenbad te nemen, bleven stilstaan, om dezen twist aan te hooren. De meester voelde het bloed in zijn aderen koken door de grove bejegening, hem door zg'nen knecht aangedaan; doch gelukkig herinnerde hij zich de woorden in zijn morgengebed: „De toorn des menschen werkt Gods gerechtigheid niet." — Terstond verwijderde hij zich, met de woorden: „Op eenen anderen keer, Jan! Ik mag mij niet aan toorn schuldig maken." — Hij verrichtte zijn zaken op het veld; en ofschoon hij toornig was en zich beleedigd gevoelde, nochtans was hij blijde, dat hij zg'nen toorn beteugeld had.

. Jan mocht tot inkeer komen, nadat hij bedaarder van zinnen was geworden, en beleed zgn schuld in droefheid des harten voor zg'nen meester. De patroon was volkomen bereid, om den knecht zg'nen misstap kwijt te schelden, onder één voorwaarde slechts, namelijk, dat hg' plechtig beloven zou, om de dronkenschap met kracht tegen te gaan. „Geloof mij!" — zeide hij — „Gij kunt u niet voorstellen welk een heirleger van zonden en kwalen het gebruik van sterken drank met zich sleept. Ik vermaan u dus met allen ernst: zoek uw dronkenschap tegen te gaan! Hoe zwaar het u in het begin ook wezen moge, allengs zal het u lichter vallen. Bid den Heere, dat Hij u bijsta in het bestrijden dezer zware zonde! Verzuim vooral niet, om bij voortduring den Heere aan te loopen als een waterstroom!"

Jan deed de allerheiligste beloften en werd ook inderdaad een ander en vernieuwd mensch. De Heilige Geest arbeidde in stilte tot verandering van zijn gemoed. De opbruisende hartstochten en driften werden meer en meer onderdrukt. Rust en vrede waren nu in zijn binnenste hersteld, nadat zij sedert jaren door de zonde verbannen waren geweest. Hij had zijn slechte gewoonte geheel en al afgeleerd, tot groote verbazing van allen, die hem vroeger hadden gekend.

Sluiten