Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zeg uliedcn, dat, zoo dezen zwijgen, de steenen haast roepen zullen.

Luk. 19:40.

Het was in of omstreeks de maand November 1836, dat ik — dus verhaalt een godvruchtig leeraar — op eenen neveligen Zaterdagvoormiddag, juist terwijl ik met het bestudeeren eener predikatie bezig was, bij een doodzieken man in het verst gelegen gedeelte der stad geroepen werd, bij een man, die, zooals ik naderhand vernam, een operatie op leven en dood ondergaan moest. De zieke was een wijnbouwer, 50 jaren oud, in zgn jeugd soldaat geweest, thans een zachtaardig, bescheiden mensch, niet zonder eerbied voor het Evangelie ; en zijn kwaal bestond in een verschrikkelijke breuk, die in zijn onderlijf, ter grootte van een matig grooten pot, was uitgegaan.

gelatenheid, moeilijk ademhalende, inwendig nadenkende over zijn aanstaand, doodelijk lot. Na eenige redewisselingen over den aard zijns lijdens, verhief zich mijn hart met een zonderlinge blijmoedigheid, en ik zeide tot hem: „De oude Heidenen hebben reeds aan een Jupiter geloofd, die alles met den wenk zijner oogleden regeerde. Zou het ook den Christen niet voegen, om zich met oneindig veel meer vertrouwen over te geven aan de doorboorde hand der genade van Hem, die gezegd heeft: „ „Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde!" "

Ik mocht hem in den Naam van Jezus Christus betuigen, dat Hg, de Heere der heerlijkheid, hem in dit oogenblik kon helpen, indien het hem, den zieke, waarlijk nuttig was, en dat men niet bepalen kon of Jezus Christus hem niet nog heden zou helpen, maar dat

Binnen een uur verwachtte hg den dokter en den chirurgijn, om zich aan de wanhopige snede van het mes te onderwerpen. Nooit zal ik dien man, over wien ik, na vele gezegende bezoeken, nog geen jaar geleden, een lgkrede heb gehouden, vergeten, noch met welke beklemdheid des harten hij toen, omgeven van een aantal deelnemende mannen, voor mijn oogen lag. Hij lag daar als Izaük op den offerstapel van Moria, in stille

Sluiten