Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij gevoelt zich ook gepgnigd in zijn geweten, vervolgd door de grievingen en onheilen der zonde en bovenal dat de toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over de werkers der ongerechtigheid en des onrechts. Gelukkig, indien hij, door deze ervaring geleerd, nog intijds terugkeert en voor God, den Kenner der harten, de taal van den verloren zoon in de gelijkenis leert ontboezemen, met een beroep op Christus' zoenverdiensten: „Ik zal opstaan en tot mijnen vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: vader! ik heb gezondigd tegen den hemel en voor u, en ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als eenen van uw huurlingen."

Vertegenwoordigt u een mensch, die poogt rijk te worden en zich, ter bereiking van dit doel, van ongeoorloofde middelen bedient. Hij draaft en slooft en zwoegt van den morgen tot den avond, dag aan dag. Geld is het woord, hetwelk hij het liefst hoort; geld is de zaak, die zijn gansche hart vervult. Het gelukt hem veel te vergaderen; hij koopt de eene bezitting vóór, de andere bezitting na; zijn schatten vermeerderen van uur tot uur; maar is hij nu zoo gelukkig als hij vroeger zich voorstelde bij zoovele rijkdommen te zullen zijn? Knellen hem geen bange zorgen? Pijnigt hem niet telkens de vreeze, dat hij het verkregene weêr zal verliezen? Hoe? Zou God in zijne goederen niet kunnen blazen? Zou hij niet door een onverwacht geval, door een kleinigheid kunnen verliezen hetgeen hij met zoo groote inspanning en overleg bijeenbracht? Doch gesteld: hij blijft bezitter van zijn goederen; zij dijen gaandeweg meer en meer uit; zal hij zich nu bevredigd gevoelen, nu waarlijk gelukkig zijn? Integendeel. Een worm knaagt aan zijn hart; in zijn schatten heeft hij geen rust; en nergens buiten dezelve vindt hij die. Hij zoekt ze in vermaken; doch ook deze vervelen hem ras en worden veelal opgevolgd door walging en wroeging. Eindelijk, daar slaat het stervensuur; en wie beschrijft zijn toestand, zijn vreeze, het beven van zijn hart, zijn sidderen? Ja, alzoo gaat het met een iegelijk, die zich schatten vergadert, maar niet rijk is in God.

De eerzuchtige, hij wil niet rusten, voordat zgn naam met roem allerwegen wordt genoemd en hij door duizenden wordt aangebeden. Zie, ten deele wordt zijn wensch vervuld; nochtans, hij gevoelt zich pijnlijk teleurgesteld, want dra ontwaart hij, dat roem vijanden maakt, dat er anderen zgn in grooten getale, die hem miskennen, verachten, zelfs honen. En na korten of langeren tijd, daar treden mannen ter baan, boven hem begaafd met vermogens en krachten, gelukkiger ontwikkeld, veelzgdiger geoefend; en hij

Sluiten