Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt overschaduwd en raakt in vergetelheid; ja, niet zelden ziet hij zijn eer met schande afgewisseld. O! hierbeneden is het niet. Hg bouwt te laag, die bouwt beneden de wolken.

Wij hebben menschen gekend, die algemeen voor vroom werden gehouden en die zelfs waanden vroom te zgn; maar op het ziekbed, in het gezicht des doods, daar weken de begoochelingen; daar gevoelden zij het éénig rustpunt der ziel te missen: Jezus Christus en zgn gerechtigheid. Welk een ontzaglijke teleurstelling, boven welke geen ontzaglgker denkbaar is! In hetzelfde oogenblik, in hetwelk zij waanden den hemel te zullen intreden, zagen zij zich geplaatst voor de geopende poort van het verschrikkelijk verblijf der verdoemden.

Zoo ging het hun. En wg, werden ook wij niet vaak teleurgesteld met onszelven ? Wat werd er van de beste onzer voornemens ? Zijn zij ten uitvoer gelegd, voor een deel zelfs ten uitvoer gelegd? Teruggeblikt! Helaas! schaamte moet ons aangezicht bedekken. Wat zal voor ons spreken, tenzij het bloed van Christus onze verantwoording bij God zij? Ja, terecht heeft iemand ergens gezegd: de weg naar de hel is als geplaveid met goede voornemens.

Er zgn measchen, in welke God een goed werk heeft begonnen, Christenen, begiftigd met een oprecht en levend geloof, naar de letter der Heilige Schrift: uitverkorenen in Christus vóór de grondlegging der wereld, opdat zij zouden zijn heilig en onberispelijk voor Hem in de liefde. En nochtans zien die gelukkigen zich dagelijks met zichzelven teleurgesteld. Zij waanden, toen de Godskracht van Christus' kruis in hun zielen werd geopenbaard, dat hun eerste liefde nooit zou bekoelen, dat zij met toenemende vlijt en klimmende vrijmoedigheid voor Christus' en zgn zaak zouden ijveren, dat zij van deugd tot deugd en van kracht tot kracht zouden voortgaan op de baan des levens en de schoonste vorderingen zouden maken in de navolging van Christus, hunnen Heere. Maar helaas! Zij ondervonden en ondervinden het anders; ja, bg een gezicht van hun diep bederf en van de overblijfselen der vijandschap hunner harten, hebben zij telkens te bidden met David: „Wees mij genadig, o, God! naar uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit naar de grootheid uwer barmhartigheden." — En moeten zij telkens met den apostel klagen: „Ik ellendig mensch! wie zal mg verlossen?"

Althans gedeeltelijk is door ons de spreuk verklaard, aan het hoofd van dit opstel geplaatst. Mogen wg nu eindigen, lezer? Neen, gij verwacht terecht, dat wg* u nog eenige aanwijzing geven,

Sluiten