Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een diepen indruk van mijn tegenwoordigheid; en alles zal wèl zijn. Uit mijn volheid zal Ik uw behoeften, hoevele ook, vervullen. Ik zal u èn redenen èn drang geven, om telkens aanbiddend en dankend te zeggen: met U worden wg nooit teleurgesteld. Gg zijt alles, ja, meer dan alles, wat wij behoeven; en al zgn ook onze vooruitzichten donker en de zorgen dezes levens veelvuldig, Gij zult ons terzijde staan en drenken uit de beken van uwen wellust."

Lezer! vraagt gij: hoe word ik dit heil deelachtig ? Door wien ontvang ik recht, ik, arm zondaar, vrijheid, om mij zulke en dergelijke toezeggingen Gods toe te eigenen ? Wij antwoorden: door Jezus Christus, door Hem alleen. O ! die dierbare Zaligmaker! Ach! wisten de kinderen der menschen welk een Vriend van zondaren Hij is! Zouden zij omtrent Hem dan zoo koud, zoo onverschillig kunnen zgn ? Hij is de deur. Indien iemand door Hem ingaat, die zal behouden worden, en hg zal ingaan en uitgaan en weide vinden.

Weide vinden. Gg gevoelt het, lezer! deze woorden moeten geestelijk worden verstaan; zij brengen ons voor de aandacht die heerlgke gemoedstoestanden, voor de wereld verborgen en alleen den geloovigen- bekend, in welke de geloovigen zich in Hem verblijden met een heerlgke en onuitsprekelijke vreugde.

Heere Jezus! uw woord faalt niet. Door U en in U deelen uw vrienden in het genot der zaligste goederen; ja, naar het woord uwer belofte, maakt Gij met uwen Vader woning bij hen.

Door Christus tot God, lezer! Ziedaar den weg tot behoudenis, het éénig middel ter heilverkrijging, het wapen tegen alle en allerlei teleurstellingen. Kent gij dien weg, dit middel, dat wapen? Of wilt gij buiten Christus tot God gaan, in uwen eigen naam tot God gaan, tot God, dien gij door uw zonden hebt vertoornd? O! dat zgn majesteit u niet sidderend doe heenvluchten! Dat Hg uw ongehoorzaamheid, die tevens van uw stoutheid en ondankbaarheid getuigt, u niet door de geduchtste straffen betaald zette!

Wij verkeeren niet meer in eenen staat van onschuld en onbedorvenheid. Het tegendeel is waar. Wij allen zgn van nature zondaren, die van God zijn afgeweken en daardoor zijn gunst verbeurd en zgn straffen verdiend hebben. Wg liggen niet alleen onder het vonnis des doods, maar ook onder den vloek Gods, want wij zijn overtreders; en Hg heeft het vonnis des doods over de zondaars, ja, den vloek over hen uitgesproken. En voorzeker, wij blijven in dien toestand, tenzij dezelfde macht, die ons schiep, ons herschept en het middel ter redding, door haar verordend, ons van harte doe omhelzen.

Sluiten