Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerbied; hun liefde voor u, in uw jeugdige jaren, vordert uw dankbaarheid aan hen, in hun latere dagen.

Vader! moeder! gezaligden! gij, die thans hoogere wezens zijt, mijn oog baadt zich in tranen; verlangen en weemoed beklemmen mijn hart. Vader! moeder! gezaligden! gij stierft met liefde voor mij in het hart! Ik ben van u afgescheurd! Ik ween op aarde alleen! Moeder! o! uw moederliefde droogt mijn tranen niet meer! Vader! uw vaderliefde verkwikt mij niet meer! Ach! eenmaal bad ik op de aarde eenen hemel. Toen waart gij nog bij mij. To'en wandeldet gij rondom mij en waaktet voor mij met de teederste zorg. O! kon ik weder in den schoonen morgendroom mijns levens terugkeeren! Hoe wèl was het mij bij u!

Heere Jezus! trek door uw almachtige kracht mijn hart naar boven, opdat ik eens daar kome, waar mijn in Christus ontslapen ouders zijn!

Gij hebt mijn rechterhand gevat.

Ps. 73 : 236.

Ook in ons vaderland zijn de geschriften van den rechtzinnigen, diep denkenden en godvruchtigen Engelschen godgeleerde Johan Owen bekend. Lezer! zijt gij bezitter van een of meer derzelve? Wij bidden u: lees en herlees ze. 's Mans stijl moge eenigszins stroef zgn, het gewicht nochtans der zaken, door hem voorgesteld, vergoedt rijkelijk dit klein ongerief.

Dezer dagen zijn zoo doorwrochte verhandeling over den Heiligen Geest doorbladerende, vonden wij in het 3de boek, 4de hoofdstuk, ten titel hebbende: „Leven en dood, natuurlijk en geestelijk vergele*ken" — een bedenking voorgesteld, welke in onze dagen niet alleen wordt gemaakt, maar ook door niet weinigen geacht wordt onwederlegbaar te zijn. Wij vonden haar tegelijk kort, maar toch juist en krachtig opgelost. Dat wij u het een zoowel als het ander met Owens eigen woorden mededeelen!

Men zegt: „Zijn de menschen dus geheel ontbloot van een grondbeginsel van geestelijk leven, van alle vermogen, om voor God te leven; dat is: tot bekeering, geloof en gehoorzaamheid; is het dan rechtvaardig, dat zij eeuwig verloren gaan enkel om hun onmacht, of omdat zij niet doen iets, dat zij niet kunnen doen? Dit ware tichelsteenen te eischen en geen stroo te geven, ja, veel te eischen, waar niets gegeven werd.1'

Sluiten