Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Antwoord 1. 's Menschen onmacht, om voor God te leven, is zijn zonde. Al haar gevolg komt met recht ten hunnen laste. Wij werden onmachtig door de zonde van onze natuur in onze eerste voorouders ; al haar gevolgen zgn onze zonde en ellende. Rom. 5 : 12. Waren wij onmachtig zonder ware eigen schuld, volgens de wet van onze schepping en het verbond van onze gehoorzaamheid, het ware een andere zaak. Maar dit onderstelt, hetgeen wg elders bewezen hebben : die verloren gaan, eten slechts de vrucht van hun eigen wegen.

2. In de Onderhandelingen • tusschen God en der menschen zielen, ten opzichte van hun gehoorzaamheid en zaligheid, hebben zij allen in verscheidene zaken macht in eenige trappen en mate, om Gods meening en wil op te volgen, die zij vrijwillig verwaarloozen. Dit is van zichzelf genoeg, om hun eeuwig verderf te rechtvaardigen.

3. Niemand is zoo onmachtig, om voor God te leven en iets voor Hem te doen, of hij is tevens machtig, om wat tegen God te doen. Alle menschen hebben van nature een booze, verdorven hebbelijkheid, die hen vervreemdt van het leven Gods. En in het verwerpen van eenig gebod, aan menschen gegeven, tot Evangeliegeloof en gehoorzaamheid, kunnen en zullen zg te werk stellen een vrij stellige daad van hunnen wil, hetzij lijnrecht ofdieervoor te houden is, in iets anders den voorrang te geven. Gelijk zij niet kunnen tot Christus komen, tenzg' de Vader hen trekke, zoo willen zij ook niet komen, opdat zij het leven hebben; dus is hun verderf rechtvaardig en uit henzelven.

Alzoo beschrijft de Schriftuur de macht, bekwaamheid of onmacht des menschen in den natuurstaat tot het volbrengen der geestelijke dingen. Sommigen schelden het voor dweperij en onverstand, hetgeen de Heere Christus moet verantwoorden, niet wij. Want wij verhalen maar duidelijk wat Hg heeft uitgedrukt in Gods Woord. Acht iemand dit dwaasheid, de dag, om te beslissen waar de schuld ligt, komt.

Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.

Matth. 11: 28.

Lezer! kent gij ze wel? Behoort gij tot dezelve? Wie wil hen helpen? En hoe wil Hij dit doen? Laat ons, tot onze gemeenschappelijke leering en stichting, deze vragen overwegen.

Kent gij de vermoeiden en belasten wel? Zoo luidt de eerste

Sluiten