Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraag, dia ons moet bezig houden. Het getal der vermoeiden en belasten is betrekkelijk klein, zeer klein. Hoevelen, die zich Christenen heeten, wandelen daarheen, onverschillig omtrent hun gewichtigste aangelegenheden, heil en heul in de wereld en derzelver vermakelijkheden zoekende! Hoevelen zgn zoo hoog ingenomen met zichzelven, zoo dronken, gelijk Calvijn zich ergens uitdrukt, van eigengerechtigheid, dat zij zelfs walgen van de woorden: om niet, genade, vrije genade! Hoevelen stemmen volmondig toe, dat het een groot voorrecht is, om zich vermoeid en belast te gevoelen en als zulken tot Christus te vluchten, terwijl hun hart hiervan den uitersten afkeer voedt!

Ach! wie onder de kinderen der menschen meent het goed met zichzelven, met God, met Christus, met den weg naar den hemel! Hoe te recht spreekt een bekend schrijver der vorige eeuw, een man, in de praktijk des waren Christendoms ervaren, bij herhaling in zijn werken van naam-Christenen, smoor-Christenen en schuilChristenen! En heeft de Heere, wien alle dingen overgegeven zijn van zijnen Vader, niet vermaand en betuigd: „Gaat in door de enge poort! Want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt; en velen zijn er, die door dezelve ingaan. Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt; en weinigen zijn er, die denzelven vinden!"

Vermoeiden en belasten zijn bewrochten door den Heiligen Geest. Dit moet bij ons vaststaan. Dit moeten wij steeds elkander herinneren, herinneren in de allereerste plaats. Dit moet in onze dagen overal, waar zülks voeglijk kan, worden gezegd, dagen, in welke de voor het hart van Gods kinderen zoo onuitsprekelijk dierbare Heilige Geest door velen wordt miskend en onteerd, dagen, in welke Hij ook zelfs door hen, die zijn krachtdadige genade bij ervaring kennen, te weinig wordt gehuldigd, te harteloos wordt verheerlijkt. De mensch, in den staat der natuur, is niet alleen zelfzuchtig, maar hij meent ook aan zichzelven genoeg te hebben en is ten eenenmale vreemd aan de gezindheden en gevoelens, waarmede het hart der geestelijk vermoeiden en belasten is vervuld, ja, doortrokken.

Van geestelijk vermoeiden en belasten spreken wij. Natuurlijke menschen, schoon vermoeid en belast, weigeren de toevlucht te nemen tot den éénigen van God verordineerden Redder. Duizenden klagen en bedelen overal en bij ieder, maar niet bij Hem, die redden kan en redden wil. Men vindt er zelfs onder de zoodanigen, die zich gram betoonen tegen hen, die hen liefderijk tot Jezus pogen

Sluiten