Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs vaak menschen, die hem vreemd zijn, gelooft, wantrouwt hij den God der waarheid. Hoe aandoenlijk! Hoe snood! Hoe redeloos! En zou hij zich hierover niet schamen? Zou hem ook dit niet als een zware last op de schouders drukken?

Er is een duivel, die zgn engelen heeft. Jezus, de waarachtige en getrouwe Getuige, heeft ons dit geleerd en tevens bevolen te bidden: „Verlos ons, Vader! die in de hemelen zijt, van den Booze!"— Hij werkt krachtig* in de kinderen der ongehoorzaamheid, maar hij zoekt ook Gods uitverkorenen, zoo het mogelijk ware, ten val te brengen. Wetende, dat hij hen niet uit den hemel kan houden, "tracht hij nochtans den hemel uit hun harten te bannen. Wat al listige bestrijdingen, wat al aanvallen hebben zij van hem te verduren! Bestrijdingen en aanvallen, onder welke zij zeker zouden bezwijken, werden zij niet door 's Heeren verborgen invloed geholpen en staande gehouden. Paulus schreef daarom: „Zijn gedachten zgn ons niet onbekend." — Terwijl een ander apostel vermaande: „Zijt nuchteren en waakt, want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een brieschende leeuw, zoekende wien hij zou mogen verslinden."— Ja, hij zoekt te verslinden. Welk een gevaar! Een gevaar, dat bestendig dreigt, een last, onder welken de geestelijk belaste als gebukt daarheen gaat.

Eindelijk. De onspoed verzwaart niet zelden den last der geestelijk belasten. Meestal zaaien zij met tranen en zetten zij zuchtend hun reis naar het graf voort, terwijl vele goddeloozen geen banden kennen tot den dood toe. Zoo wil het de alleen wijze God, wiens doen steeds majesteit en heerlijkheid is; zoo wil Hij het om ons onbekende, maar ook om ons bekende redenen. Zullen wij u eenige der laatste herinneren? Hij wil dit, opdat de zijnen hier niet meer tabernakelen zouden bouwen dan zij in dit land hunner vreemdelingschap volstrekt noodig hebben, opdat zij zouden blijven in de valleien des ootmoeds, opdat hun geloof zou worden geoefend, opdat zij veel zouden bidden en telkens verblijd worden door de kennelijke verhooring van hun bidden, opdat zij, bij gemis van de goederen dezer aarde, bij het *verlaten van vrienden en betrekkingen, onder smaad en schimp zelfs, de kracht der vertroostingen Gods zouden gevoelen.

Menig bekommerde, starend op het beeld van den vermoeide en belaste, door ons met ruwe trekken geteekend, zegt wellicht bij zichzelven : ach! hoe ongelijkvormig ben ik nog aan hetzelve! Den zoodanige veroorloven wij ons te vragen: is dat in waarheid zoo?

Sluiten