Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beoordeelt gij uzelven niet te ongunstig ? Weet gij wel, dat de Heere aan dezen van zgn kinderen die genade geeft, aan genen weder een andere? Bedenkt gij wel, dat hij, die één kenmerk van genade in zich heeft, hierin tevens het bewijs zit, dat hij al de overige, hoe onzichtbaar zij ook voor zgn oog mogen zijn, niet mist? Maar vooral: neemt gij wel ter harte, dat er in Jezus een volheid is en dat Hij — getuige zgn onveranderlijk woord! — bereid is, om uit die volheid al de ledige schatkameren van hefr arm zondaarshart te vervullen?

Lezer! zijn de geestelijk vermoeiden en belasten niet hoogst gelukkig, schoon de wereld ze ongelukkig acht te zijn? Ons dunkt, gij deelt met ons die overtuiging. Maar wij gaan verder en veroorloven ons u te vragen: behoort ook gij tot die gelukkigen?

Aan het gewicht dier vraag kan en mag niemand twijfelen. Immers wij moeten vermoeiden en belasten worden, zullen wij uitzien naar hulp en redding. Voor vermoeiden en belasten zijn in de Schrift groote en dierbare beloften, voor hen, met uitsluiting van anderen. Daarom de hand in den boezem! Daarom ingekeerd tot uzelven!

Zijt gij geestelijk vermoeid en belast? Hoe? Duidt gg het ons ten kwade, dat wij u met deze vraag lastig zijn ? Maar is dit uw euvelduiden wel te prijzen? Vordert niet onze roeping als Christen dat wij, ook door u ernstige vragen voor te stellen, het heil uwer zielen zoeken te behartigen? Zouden wij onverschillig kunnen, zouden wij onverschillig mogen zijn of gij zalig werdt of verloren gingt?

Daarom de vraag nog eens herhaald: behoort gij tot de vermoeiden en belasten? Is uw antwoord op dezelve: ik weet het niet? Wij nemen de vrijheid, om voort te gaan met u te vragen: is dit nu waarlgk zoo? Zijt gij zoo weinig bekend met uzelven, zulk een vreemdeling in uw eigen hart? Weet gij dan niet waarheen uw begeerten zich uitstrekken, wat gij verlangt, wat gij bemint, waar uw schat is? Wat dunkt u van den Heere Jezus? In welk een betrekking gevoelt gij u tot Hem te staan? O! verberg toch den toestand, waarin gij u bevindt, niet voor uzelven.

Onbekommerd te zijn omtrent het heil zijner ziel, — hoe verstandeloos is dit! Kan zulks bij mogelijkheid de weg zijn tot waar geluk ? Hoe zal het eens u zijn, als gij uit uwen doodsslaap ontwaakt ?

O! sta stil en denk! Bepaal opzettelijk uw aandacht bij hetgeen wij u van den toestand der geestelijk vermoeiden en belasten mede-

Sluiten