Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roerde gemoederen. Slechts één wenk van Hem, en harde harteu smelten. Slechts één wenk van Hem, en de grootste tegenstanders zijner zaak buigen zich op zgn voetbank neder.

Hij helpt gewisselg'k op zijnen tijd. Dikwijls wacht Hij met ons zijn hulp te verleenen; dikwijls is het zelfs, alsof Hij niet let op de stem onzer smeeking; dikwijls houdt Hij zgn hulp zoolang terug, totdat de nood op het hoogst gerezen is en ons ongeloovig hart al te voorbarig zegt: mijn hoop op den Heere is beschaamd gemaakt. Hg handelt alzoo om wijze, goede en heilige redenen. Nochtans, Hg helpt gewisselgk op zg'nen tijd. Houden wg' slechts in zgn kracht bij Hem aan! Dat wij volharden in het bidden en in het smeeken en ons door geenerlei overleggingen van ons verdorven verstand, door geenerlei misvattingen van zgn Woord tegen Hem en zgn liefde eenig wantrouwen laten inboezemen! Geen smeekeling verstoot Hg'; geen vermoeide en belaste zendt Hij ledig weg. Neen, dat kan Hem niet van het hart.

Heere Jezus! help ons; red ons! Buiten U en uw gemeenschap is er voor ons geen heil, geen zaligheid! O, Heere! één blik uwer liefde op ons, één enkel woord van vertroosting, door U tot ons gesproken, en wij zuchten niet meer; wij juichen in uw heil; onze mond wordt vervuld met lachen en onze tong met gejuich. Wij schreeuwen van vreugde: „De Heere heeft groote dingen bg' ons gedaan; dies zijn wij verblijd!"

Is deze niet een ruurbrand, uit het vuur gerukt?

Zach. 3:26.

Een onzer vrienden vertelde ons voor eenige jaren het volgende.

Sedert eenige dagen was ik naar een ander gedeelte onzer stad verhuisd; en daar het altgd mijn verlangen is, om zooveel mogelijk met mijn buren kennis te maken, zoo had ik die gewoonte ook thans gevolgd en reeds menig praatje met sommigen hunner aangeknoopt, dat, gelijk ik hoopte, later aanleiding zou kunnen geven tot een nadere bekendheid, of den grond zou leggen tot een zekere vertrouwelijkheid, die ik zoozeer wenschte en die mg de gelegenheid zou kunnen verschaffen, om hun nuttig te zijn, indien zulks in mijn vermogen was. Van uit de achterkamer mijner woning had ik het uitzicht op pakhuizen en stallen, waarlijk niet bijzonder vroolijk en opwekkend; te meer trof het mg' dus, dat ik, reeds op den eersten

Sluiten