Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ofschoon het niet regende, zoo was de lucht toch mistig en zeer donker. Toen ik het huisje gevonden had, geleid door het mij tegenklinkend gezang, opende ik de lage deur en vond den schoenmaker bij het licht eener walmende smeerkaars aan het werk. Want ofschoon de dag reeds was aangebroken, hadden de lichtstralen geen kracht genoeg, om in dat donker verblijf het kunstlicht overbodig te maken.

Bij het binnentreden zag ik een man van middelbaren leeftijd, van zeer forschen lichaamsbouw en met sterk sprekende gelaatstrekken; hij stond op, toen ik binnentrad, en scheen mij, waarschijnlijk ook in vergelijking van het klein, laag kamertje, van een buitengewone lengte en daaraan geëvenredigde breedte en spierkracht. Zgn levendige oogen en krachtige gestalte waren echter eenigszins in tegenspraak met zijn reeds sterk grijzend haar en de diepe rimpels, die door lijden of andere onbekende oorzaken in zijn gelaat gegroefd waren. Ik groette hem bij het binnentreden; en daar ik bemerkte, dat hij verwachtte de reden van mijn onaangemelde verschijning te vernemen, zoo zeide ik: „Gij schijnt zeer opgeruimd te zijn, mijn vriend! Wil het werk dan beter bij u vlotten, als gij er onder zingt?"

„Ja, voorzeker!" — zeide hij — „En buitendien, hoe zou het ook mogelijk zgn, dat iemand, die van den dood in het leven overgebracht is, zgn hart niet op deze wijze lucht gaf ? Ik geniet zooveel gunstbewijzen van God, dat het: „ „Loof den Heere, mijn ziel! en vergeet geen van zijn weldaden!"" — mg wel altijd op de lippen mocht zijn. Maar dit is zoo niet.''

Ik keek onwillekeurig het armoedig kamertje eens rond en dacht bij mijzelven, dat de bewoner daarvan wel met zeer weinig moest tevreden zijn.

De schoenmaker scheen mijn gedachten te raden en hernam: „Dat kunt gg voorzeker niet begrijpen, mijnheer! Doch wanneer gij mijn lotgevallen kendet, zou u dit misschien minder vreemd voorkomen. Evenwel, de geschiedenis van een arm man, gelgk ik ben, zal voor u weinig aantrekkelijks hebben."

De man had iets bijzonder beschaafds in zijn manier van spreken, dat weinig overeenkwam met zijn handwerk, noch met de armoedige woning, waarin ik hem vond.

„Integendeel!" — was mijn antwoord -— „Alles, wat ik hier zie en hoor, wekt mijn belangstelling op; en gg zult mg recht veel genoegen doen, indien gg mij uw geschiedenis wilt vertellen."

Hij bood mg een stoel aan en begon zgn verhaal, hetwelk ik zooveel mogelijk in zijn eigen woorden zal trachten weder te geven.

Sluiten