Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik ben — dus ving hij aan — de zoon van welgestelde lieden uit den burgerstand; mijn vader was schoenmaker, doch had het door vlijt en oppassendheid zoover gebracht, dat hij met verscheidene knechts werkte; en dewijl mijn moeder óók eenigszins bemiddeld was, had hij er eenen handel in leder bijgevoegd, die hem ruime winsten gaf. Ik was hun éénig kind, daar verscheidene andere kinderen reeds vroeg werden weggenomen. Al hun liefde en zorg bepaalde zich dus tot mij; en reeds in mijn jeugd bemerkte ik al spoedig, dat mijn wenschen, om zoo te zeggen, een wet voor mijn ouders waren. Mijn vader was een oppassend mensch, maar wel wat hooghartig en wilde van zgn éénigen zoon wat meer maken dan hij zelf was; hij dacht er over, om mij te laten studeeren en mij aldus den weg te banen tot de hoogere sporten op de ladder deimaatschappij. Moeder daarentegen was een eenvoudige vrouw, en schoon niet bedeeld met groote bekwaamheden, bezat zij een buitengewoon gezond verstand en een zeer goed oordeel; zij was zeer tegen deze verheffing boven onzen stand; en in een gesprek, dat ik eens in een andere kamer beluisterde, hoorde ik haar aan vader haar redenen voor dien tegenzin blootleggen. „Want" — zoo sprak zij — „er is èn voor Willem èn voor ons zeer veel verdriet van te wachten; de jongen is eenvoudig opgevoed; hij kent de wereld en al haar verleidingen niet; komt hij nu op de academie, dan wordt hij spoedig omgeven door jongelieden, die veel verteringen maken en dit ook gaarne op de beurs van anderen willen doen. Wij zgn niet onbemiddeld; gij zoudt dus onzen jongen gaarne in staat stellen, om niet minder dan andere jongelieden te zijn; wat zal daarvan het gevolg worden? Zij zullen hem medesleepen in hun uitspattingen; en hij zelf, gevleid door de voorkeur, die zulke aanzienlijke heeren voor hem betoonen, en te jong en te onervaren, om te willen gelooven, dat die voorkeur alleen zijn beurs geldt, geeft aan die lokstem gehoor en gaat verloren, zooals reeds met zoo velen vóór hem gebeurd is. En denk niet, dat zijn burgerlijke afkomst ooit zal vergeten worden; de wereld vergeet zulke dingen niet; en als eenmaal zgn beurs uitgeput raakt, zullen de schgnvrienden hem verlaten, en hij gevoelt zich bepaald ongelukkig."

„Maar" — hervatte vader — „hij behoeft immers niet te zeggen, dat hij de zoon van een schoenmaker is?"

„Dus zoudt gij dan kunnen verlangen" — was moeders antwoord — „dat ons éénig kind zich over zijn ouders en uw eerlijk beroep zou leeren schamen? Zou dit overeenkomstig Gods heiligen

Sluiten