Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijnen Heere en Heiland getrouw te mogen blijven. Maar weldra gingen in de beslommeringen des dagelijkschen levens die goede indrukken weêr verloren en werd mijn hart- even koud en ongevoelig voor de hoogste belangen des levens als het te voren geweest was.

Mijn lieve moeder hield niet op, om voor mij te bidden; en ofschoon ik toen weinig gevoel had voor haar liefderijke woorden en ernstige smeekingen, zoo weet ik toch nu, dat haar gebed niet vruchteloos geweest is.

Zoo gingen de jaren voort en werd ik allengs een volwassen mensch. Maar ofschoon ik mij gedurende het leven mijner ouders niet aan buitensporigheden schuldig maakte, zoo bleef ik toch in slecht gezelschap verkeeren en raakte meer en meer verslaafd aan het gebruik van sterken drank. Moeder, die nooit sterk geweest was, begon meer en meer te verzwakken en kwijnde langzaam weg.

Omtrent dien tijd heerschte er een kwaadaardige koorts in onze stad; vader werd er door aangetast, en de krachtvolle man bezweek in enkele dagen voor het geweld der vreeselgke ziekte. Die slag was voor moeder te zwaar in haren lijdenden toestand; zij kwijnde nog eenige weken en volgde toen mijn vader in het graf. Nog op haar sterfbed smeekte zij rag, om mijn gewetenlooze makkers en slechte gewoonten te laten varen, om God voor oogen te houden en mijn hart te verbinden aan dien Heere en Heiland, die ook voor mijn zonden gestorven was. Zij bad mij, onder tranen van weedom en liefde, om toch dagelijks Gods heilig Woord te lezen en het ootmoedig gebed om den bijstand van den Heiligen Geest niet te verzuimen. Zij hield mij voor wat het zgn zou, als een eeuwigheid mij van haar zou moeten scheiden, als ik door eigen schuld geen deel zou hebben aan het zoenoffer van onzen Heere.

Wel had ik toen goede voornemens en beloofde haar alles; wel trof mij het zalig afsterven mijner lieve moeder, die zoo vol vertrouwen op haren Zaligmaker ontsliep. Maar ook op mij waren de woorden van den Heere Jezus toepasselijk: de vogelen des hemels kwamen en aten het goede zaad op, en het droeg geen vrucht.

Na den dood mijner ouders was ik in het bezit van een vermogen, dat veel grooter was dan ik had durven hopen; en in plaats van hun voorbeeld in ijver en gepaste spaarzaamheid na te volgen, dacht ik, dat het voor mij onnoodig was, om te werken; ik verzuimde mijn zaken en liet alles aan de werklieden over. Wel had ik een ouden knecht, die reeds jaren bij mijn vader gewerkt had en die mij meer dan ééns mijn verkeerdheid onder het oog

Sluiten