Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bracht. Doch ia plaats van naar zgn vermaningen te hooren, verdroten zij mij hoe langer hoe meer, zoodat ik besloot hem zgn ontslag te geven en een ander in zgn plaats aan te stellen, die het niet zou wagen, mij de les te lezen. Ik koos daartoe een mijner makkers, die mij steeds met allerlei mooie woorden en vleiergen trachtte te behagen, mijn kunde prees en mg herhaaldelijk voorhield hoe dwaas ik zou doen, om te werken en een moeilijk leven te hebben, daar ik alles kon genieten, wat de wereld aanbood.

Maar al te gaarne luisterde ik naar die verleidende woorden; ik gaf hem het bestuur over alles en zette mijn losbandig leven onbekommerd voort. De gevolgen daarvan bleven ook niet lang uit; de knechts volgden het voorbeeld van hunnen meester; het werk leed er niet weinig onder; de klanten begonnen te klagen en verlieten mij weldra, om bij anderen beter werk te vinden. Met den handel in leder ging het nog erger; mijn meesterknecht, tevens mijn makker op den weg der ongerechtigheid, deed steeds, volgens zijn zeggen, nieuwe aankoopen, waartoe ik het geld moest leveren en die hij beweerde, als het leder later in prijs steeg, met groote winsten te kunnen omzetten. Ik betaalde, leefde van den hoogen boom af en dacht aan geen toekomst. Zoo ging het geruimen tijd voort; 's avonds was ik altgd in het gezelschap mijner losbandige makkers, bleef daar tot diep in den nacht en kwam gewoonlijk beschonken te huis, om den volgenden dag tot laat op den middag mijn roes uit te slapen. De knechts werden wekelijks betaald, ofschoon zij bijna niets uitrichtten. Op zekeren dag echter, toen ik weder zeer laat was opgestaan, kwam een der knechts mij zeggen, dat de opzichter (zoo werd mijn eerste bediende genoemd) reeds sedert eenige dagen niet in de werkplaats, noch in het pakhuis was verschenen. Ik zond naar zgn huis, maar ook daar was hij niet; zelfs zeide de vrouw, bij wie hij kamers gehuurd had, dat hij die reeds vóór eenigen tijd had opgezegd en nu sedert bgna een week geleden vertrokken was, zonder dat zij wist waarheen. Dit bericht trof mij, ofschoon ik toen nog niet begreep in hoeverre hij mg bedrogen had. Ik ging naar het pakhuis, maar er was bijna geen leder meer voorhanden; ik sloeg de boeken open en zag tot mijn schrik, dat er in den laatsten tijd geen aankoopen gedaan waren en dat de schelm mij dus voor een zeer groote som bestolen had.

Wat nu gedaan? Mijn vroeger handwerk weêr op te vatten, — hiertoe ontbrak het mij aan lust en moed; ik besloot dus mijn winkel benevens het huis en den weinigen, nog overgebleven voorraad

Sluiten