Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onderwijzer! dat kind, hetwelk gij nu in de Zondagschool onderwijst, kan opgroeien tot een ziekenbezoeker, een traktaatverspreider, een Evangeliedienaar. Waarlijk, door zijn zedelijke opvoeding roert gij wellicht een snaar, waarvan God alleen de kracht en de trilling kan waardeeren. Gij werpt een steen in het water, die het tot aan den kant doet golven en rimpelen. Gij bewerkt een ziel, die wellicht ontelbare geslachten tot zegen zal zgn.. Men zegt, dat de schepping van een nieuwe ster op de zwaartekracht van het verwijderst deel des heelals invloed zou uitoefenen; en zoo gelooven wij, dat de bekeering van een enkele ziel over geheel den tijd zich uitbreidt, ja, de grenzen der eeuwigheid overschrijdt.

En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen waren tot zijnen wil.

II Tim. 2:26.

Zeker beroemd prediker zeide eens tot zijn gemeente: «Toehoorders! onlangs liep ik over de straat en zag een troep biggen, die een man volgden. Dit wekte mijn nieuwsgierigheid dermate op, dat ik besloot hen te volgen. Ik deed het, en tot mijn groote verwondering zag ik, dat zij den man zelfs in het slachthuis volgden. Ik was zeer verlangend te weten hoe dit zoo geschiedde en vroeg den man: „„Vriend! hoe legt gij het toch aan, dat die biggen u hier volgen ?" "

„„O! hebt gij 't niet gezien?"" — antwoordde de man — „„Ik had een mandje met boonen onder den arm, en ik liet er eenige langs den weg vallen, en zoo volgen zij mij.""

En ik dacht: zoo is het ook. De duivel heeft zijn mand met boonen onder den arm, en hij laat er onder weg eenige vallen, en hoeveel duizenden verlokt hij op die wijze, om hem in een eeuwigdurend slachthuis te volgen!"

Die Mij eeren, zal Ik eercn, maar die Mij versmaden, zullen licht geacht worden.

1 Sam. 2 :30&.

Dit is een gedeelte der Goddelijke toespraak, welke de profeet aan Eli bracht, nadat hij zijn zonen meer geëerd en verschoond had dan de Heere dit van een vader en tevens een hoogepriester kon verwachten. Wel had Eli tot hen ge.zegd: „Waarom doet gij

Sluiten