Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer zulke menschen werkelijk aan den dood geloofden, zouden zij dan wel zooveel moeite en zorg besteden aan het verzamelen van een weinig geld, dat morgen als rook zal verdwijnen? Maar neen, zij denken er niet aan. Of ja, zij denken er misschien wel aan, maar zg gelooven]er niet aan. Wanneer wij te midden van diepen rouw kleine kinderen zien spelen en lachen, zonder de ramp te begrijpen, die hen heeft getroffen, dan krimpt ons hart ineen van droefheid. Maar zgn de ouderen wg'zer, en verdienen zij minder medelijden? Zij begeleiden naar het kerkhof het stoffelijk overschot van een vriend of van een broeder; zij spreken onderweg over dit onverwacht sterfgeval. „Het is zoo kort geleden, dat ik hem nog gezien heb!" — zeggen zg — „Hij zou dit of dat gaan doen, en nu is hg' gestorven!" — Zg' zgn er verbaasd over, even alsof het verwonderlijk was, dat deze sterveling gestorven is. Zg naderen; zij zien met bevreemding den open kuil, waarin zgn kist wordt nedergelaten; maar het denkbeeld komt in hen niet op, dat zg' er op hun beurt óók in zullen afdalen; of indien zij er een oogenblik aan denken, dan wordt dat dadelijk door het gewoel der stad, den stroom van zaken en door duizend gedachten weggevoerd, evenals de wind een wolk voortdrijft.

Zoo zgn alle menschen. Waarlijk, slechts de Heilige Geest, die in onze harten werkt, kan aan de woorden dood en eeuwigheid een ware en levende beteekenis geven en ze maken tot een stelligen en krachtigen invloed op ons leven. Ja, laat ons vragen, dat de Heilige Geest ons in het midden der wereld zonder ophouden deze woorden van Jezus Christus herhale: „Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden." Matth. 24: 2.

Rijkdommen, grootheid, schoonheid, genoegens, — zgn dit de zaken, waarmede gij u bezig houdt, o, mijn ziel? Zie, het einde nadert! Aanschouw de eeuwigheid, die na haar komt; zie het en beken, dat van al het andere niets zal overblijven, niets dan dit woord: „IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid." — Zeg dat tot uzelven zonder ophouden en zeg eerbiedig tot God: „Gij, Heere! zijt mijn hoop, mijn éénig goed. De wereld gaat voorbij; Gij blg'ft. De wereld verraadt; Gij redt. De wereld veracht TJ; ik heb door genade U gekozen tot mijn erfdeel tot in eeuwigheid!"

Sluiten