Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door het geloof had aangenomen. Ik durfde 's morgens niet van het Avondmaal afblijven, komende in de kerk bij Ds. Hellenbroek, die toen predikte: „De Heere is mg'n deel." — In de toepassing komende, zeide hij: „Kinderen Gods! in welke ongestalte gij u mocht bevinden, waar gij ook mede te doen mocht hebben, heugen u nog wel de tijden en stonden, dat gij dit wel geloovig hebt kunnen zeggen en dat gij toen uw hart aan den Heere hebt overgegeven, al vindt gij het nu zoo werkzaam, zoo geloovig niet door ongestalten? O! gij wordt geroepen, om onbeschroomd tot uwen ZieleBruidegom te komen, die u kent in uwen weg; komt maar en doet het nu, al hadt gij het nooit gedaan; het ligt immers op den grond van uw hart? Het is immers uw begeerte, om uw hart, zooals het is, aan den Heere Jezus te geven en Hem ook, met David en Asaf, alleen voor uw deel te verkiezen?"

Mg'n ziel werd er bij staande gehouden; ik raakte bedaard; ik onderzocht mg' op het oogenblik voor den Heere, en ik had geen andere keuze. Daarop naderde ik en zeide, zittende aan de tafel: „Heere! ik geef mg'n hart, zooals het is, aan U over, en ik weet niet beter, of ik heb U voor mg'n éénig deel gekozen en aangenomen, en ik doe het op dit oogenblik nog." — Waarop Ds. Hellenbroek de woorden gebruikte uit Jes. 43 : 25: „Ik, Ik ben het, die uw overtredingen uitdelg om mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet meer." — O! toen smolt mg'n hart in liefdetranen voor den Heere Jezus, en Hg' zeide tot mijn ziel: „Ik ben immers uw heil, uw goed en deel geworden ?" — Waarop Hij zich bij zgn eigen licht nogal nader ontdekte met de woorden: „Ik ben immers de opstanding en het leven? Die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven."

Toen was het, alsof mg'n ongestalte verdween; het ongeloof werd weggenomen en het geloof door de liefde werkzaam. O! mg'n ziel ging daardoor in sterke liefdesbegeerten naar en in omhelzing van den Heere Jezus uit, evenals Maria, aan wie Hij zich in den hof ontdekte, en mg'n Liefste kwam daarop in mg'n hart; Hij leidde mij in het wijnhuis, deed mg zgn uitnemende liefde gevoelen en toonde nu aan mij wat Hij voor mij geworden was. O! zijn liefde was de banier over mijn ziel, en ik was als krank van liefde, zoodat ik als bezweek en zeggen moest: „Ondersteun mij met de flesschen en versterk mij met de appelen, want ik ben krank van liefde." O ! de liefde van mg'n Liefste, den zaligen en heerlijken Heere Jezus, was nu sterker dan de dood, ja, harder dan het graf; haar kolen zgn vurige kolen, vlammen des Heeren; vele wateren, hoe zwaar

Sluiten